Woede!

singh
Gelijkmoedigheid en positiviteit zijn waardevolle eigenschappen. Wie ze niet kent wint er veel bij om ze te ontwikkelen. Maar soms is onvervalste, gierende woede ook  op zijn plaats en verre te prefereren boven lauwe onverschilligheid.

Sinds 10 juli 1984 zit Jaitsen Jainandun Singh in een Amerikaanse cel. Hij is in Amerika veroordeeld wegens de moord op zijn vrouw en dochter en heeft nu 33 jaar van de hem opgelegde straf van 56 jaar uitgezeten. Gezien zijn leeftijd, hij is nu 72 jaar, is het onwaarschijnlijk dat hij de gevangenis levend zal verlaten.

Inmiddels is duidelijk geworden dat er tijdens zijn proces van alles is misgegaan. Zijn zoon, die met zijn vader een meerdaagse trip maakte op de dag dat zijn moeder en zus vermoord werden, is nooit verhoord. De aanklager in de zaak is later veroordeeld omdat kon worden aangetoond dat hij had betaald voor een valse getuigenverklaring tegen Singh. De weduwe en de broer van een andere verdachte in de moordzaak hebben schriftelijke getuigenissen afgelegd waarin zij verklaren dat Singh niets met de moorden te maken had.

Toen Singh, Nederlands staatsburger, in 2014 om overplaatsing naar een Nederlandse gevangenis verzocht, liet Nederland het afweten. Daarin speelden ambtelijke egotripperij, een zoekgeraakt dossier, onwil en lauwheid een rol.

Het hele verhaal, vol met ambtelijk geschutter en wegkijken, is te lezen in de Volkskrant van 15 juli.

Wat de menselijke dimensie is van een dergelijke gang van zaken, wie zou dát kunnen beschrijven?

Dat het Amerikaanse rechtssysteem die naam in veel gevallen eigenlijk niet mag dragen – wij laten het hier terzijde. Ras, maatschappelijke positie en rijkdom wegen daar sterk mee in het al dan niet ‘krijgen van recht’.  Laat de Amerikanen dat zelf maar even oplossen.

Dat de Nederlandse staat een Nederlands staatsburger zó in de kou laat staan, is een regelrechte schande die tot diepe schaamte en heftige woede zou moeten leiden. Gevolgd door snel en adequaat handelen om deze schandvlek weg te poetsen – voor zover dat nog mogelijk is.

De staat – het wordt nog wel eens over het hoofd gezien – is geen doel op zich maar is er om de burgers te beschermen en om ervoor te zorgen dat er recht heerst. Ambtenaren zijn in laatste instantie niets anders dan dienaren van het volk – hetgeen overigens een eervolle taak kan zijn. Dat een mens zo goed als zeker onschuldig in een Amerikaanse gevangenis wegkwijnt, terwijl op de betreffende ministeries (dat van Buitenlandse Zaken en van Justitie) zijn belangen worden genegeerd en ten prooi vallen aan onkunde en onwil, aan de nukken van procedureridders en aan lunchpauzes – het is om razend van te worden.

Inmiddels is de zaak van Singh opgepakt door advocaat Rachel Imamkhan die is verbonden aan de Stichting PrisonLaw. Zij zet zich in om de zaak heropend te krijgen en is om dat te financieren een crowdfundingsactie begonnen.
Zie: www.geef.nl/actie/maak-het-verschil-voor-jaitsen-singh

‘Een generatie van jonge mensen…’

gatto 2“Een generatie van jonge mensen die zou hebben geleerd kritisch na te denken, zou het economisch systeem waarin de schoolkinderen van nu in de toekomst zullen moeten leven en functioneren, niet overleven.”
John Taylor Gatto

Onder de talrijke Amerikaanse critici van het schoolsysteem (zoals bijvoorbeeld Paul Goodman, Daniel Greenberg, Mimsy Sadofski, John Holt of Pat Farenga ) is John Taylor Gatto een bijzonder interessante verschijning. Hij was zelf meer dan dertig jaar leraar in het openbaar onderwijs en werd in de staat New York meermaals tot leerkracht van het jaar  verkozen, voordat hij zich ten slotte tot een van de scherpste critici van het door de staat gemonopoliseerde onderwijs en de leerplicht ontwikkelde.

Gatto’s kernthese luidt, dat de school, zoals ze tegenwoordig meestal gestructureerd is, niet primair werkelijke ontwikkelingsprocessen dient, maar een onzichtbaar leerplan volgt, “dat de mythe van het instituut school en ons economische systeem, dat op een kastensysteem is gebaseerd, versterkt.” De school bewerkt daardoor “met briljante precisie waartoe ze oorspronkelijk ontwikkeld werd, ze vormt namelijk de ‘ontwikkelings’zuil van een centralistische – op massaproductie gerichte – economie, die door een handvol commandocentrales bestuurd wordt. (…) [Die economie] heeft mensen nodig die afgericht zijn zichzelf te definiëren in relatie tot hun  verdiensten, het verwerven van dingen en het bezit van ‘zaken’, en die alles vanuit het gezichtspunt van gemak, zekerheid en status beschouwen.”

Vanuit zijn eigen beroepservaring beschrijft Gatto in Zeven lessen van de leerkracht zijn analyse van dit ‘onzichtbare leerplan’:

1. Verwarring. “Alles, wat ik leer, is uit zijn samenhang gerukt…”

2. Maatschappelijke gelaagdheid. “Het deel uitmaken van een bepaalde laag of klasse, waaraan niet te ontkomen valt.”

3. Onverschilligheid. “U dient zich als een lichtschakelaar te laten aan- en uitschakelen…”

4. Emotionele afhankelijkheid. Met “onderscheidingen, eerbetoon en straffen breng ik de kinderen bij hun wil te onderwerpen aan de vooraf vastgelegde aaneenschakeling van orders, taken en opdrachten.”

5. Intellectuele afhankelijkheid. “Brave, gehoorzame mensen wachten op een expert die hen zegt wat te doen.”

6. Labiel zelfbewustzijn. “De les van beoordelingen, censuur en toetsresultaten ligt daarin, dat kinderen niet zichzelf of hun ouders dienen te vertrouwen, maar dat ze zich in plaats daarvan op de beoordeling van bevoegde functionarissen verlaten.”

7. Men kan zich niet verstoppen. “Controle is een oeroude noodzaak en werd al verlangd door bepaalde invloedrijke denkers. Fundamentele gebruiksaanwijzingen zijn neergelegd in De Staat (Plato), Over de stad van God (Augustinus), Institutio Christianae Religionis (Johannes Calvijn), Nova Atlantis (Francis Bacon), Leviathan (Thomas Hobbes) en een veelvoud van andere geschriften.”

Samenvattend merkt Gatto op: “Een dergelijk leerplan leidt tot fysieke, morele en intellectuele verlamming en geen enkel inhoudelijk leerplan zal toereikend zijn, om zijn afschuwelijke uitwerkingen teniet te doen.”

De Zeven lessen zijn voor Gatto bestanddelen die inherent zijn aan het systeem van het staatsonderwijs, zodat hij het onmogelijk acht dat dit systeem te hervormen is. Weliswaar werken in de scholen “duizenden vriendelijke, geëngageerde mensen maar de abstracte logica van het instituut is sterker dan hun individuele inbreng.” Daarom eist Gatto een “intensief landelijk debat” om de “fundamentele uitgangspunten van het onderwijs” te overdenken. Pedagogische ‘sleutel’ daarbij is het inzicht, “dat zelfkennis de enige basis voor ware kennis is”. Wezenlijk schijnt hem daarbij te zijn, de kinderen “opnieuw met de reële wereld in verbinding” te brengen, zodat “hun eigen tijd met iets anders gevuld kan worden, dan met abstractie.”

Structureel ziet Gatto de volledige scheiding tussen staat en onderwijs als noodzakelijk; hij onderscheidt daarbij echter nog niet helder tussen de civiele samenleving en de economie, en lost daardoor het probleem van een sociaal gedifferentieerd schoolsysteem nog niet werkelijk op: “Een of andere vorm van vrije concurrentie met betrekking tot de plek, waar we in de eerste plaats antwoorden kunnen vinden, een vrije markt, waar familiescholen, ambachts- of landbouwscholen in grote getale kunnen bestaan en met de staatsscholen/het openbaar onderwijs kunnen concurreren.”

Literatuur
Alle citaten afkomstig uit: Gatto, John Taylor (2009): Verdummt noch mal!, Bremen

(Een fragment uit: Menschenbildung in einer globalisierten Welt : Perspektiven einer zivilgesellschaftlichen Selbstverwaltung unserer Bildungsräume van Clara Steinkeller, gepubliceerd in Driegonaal, jrg.33 / nr. 1/2)

Kan het nog gekker dan Trump?

trump2Of er vanuit de sociale driegeleding nog iets te melden valt over Donald Trump en over hoe deze onwaarschijnlijke figuur te begrijpen?
Tja. Over Trump zelf worden wij, wanneer wij bij de sociale driegeleding te rade gaan, niet wijzer. Andersom kan de ‘casus Trump’ wel verduidelijken waar het in de driegeleding (ook) om gaat.

In de sociale driegeleding is de democratie het gebied waarbinnen de gelijkheid leidend is. In dit gebied gaat het om het mens-zijn als zodanig, om de rechten en plichten die wij elkaar, en daarmee onszelf, op grond van ons mens-zijn toekennen. Ernstig genomen en gezegd, gaat het er hier om de waardigheid van het mens-zijn steeds meer en beter in de vorming en uitoefening van het recht tot uitdrukking te brengen.
Trump lijkt op weg om een volslagen karikatuur van het rechtsleven te verbeelden.
Willekeur in plaats van recht; verdeeldheid in plaats van gelijkheid; egoïsme in plaats van menselijke waardigheid.

Nog een apart verhaal, en te lang om hier uit te werken, ligt in de vraag hoe het eigenlijk mogelijk is dat een figuur als Trump gekozen kan worden in een systeem dat zich als democratie opvat. Daarmee is meer gezegd over dit systeem dan over Trump.

Honderd jaar geleden hadden de VS een president, Woodrow Wilson, die in een groot deel van de wereld bejubeld werd, vooral vanwege zijn mooie, maar totaal onzinnige praatjes over vrede en recht. Met zijn 14-punten plan, in 1918 gelanceerd, en het ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’, zette hij de deur wagenwijd open voor verdeeldheid en strijd – en schiep gewild of ongewild een klimaat waarin de VS konden uitgroeien tot wereldmacht nummer 1.

De sociale driegeleding was het antwoord op de abstracte wereldvreemdheid van Wilson: het zelfbeschikkingsrecht van het individu tegenover het zelfbeschikkingsrecht van het volk. Rudolf Steiner vertegenwoordigde de krachten van de toekomst, Woodrow Wilson de krachten van de neergang die de 20e eeuw sterk ingekleurd hebben.

“U weet, ik heb er hier vaak over gesproken, dat het een van de belangrijkste verschijnselen van de moderne geschiedenis is, dat de leidende personen naar boven komen drijven op basis van de selectie van de slechtsten. Ik heb dat door de jaren heen bij verschillende gelegenheden steeds opnieuw gezegd. Zij die nu heersen, die regeren, zijn niet voortgekomen uit een selectie van de besten. Deze tijd brengt het met zich mee dat de besten juist buiten beeld blijven en dat de slechtsten in de meeste gevallen komen bovendrijven.”
(Rudolf Steiner, 12 oktober 1919, uit GA Nr 191)

Er is aanleiding ons af te vragen of Trump het hoogtepunt van gekte is, of dat hij slechts een tussenstap op weg naar nog grotere gekte zal zijn. Het antwoord op die vraag is mogelijk weer verbonden met de vraag of wij ernst gaan maken met het zelfbeschikkingsrecht van het individu en de daarbij passende ordening van het sociale leven: de sociale driegeleding.

Zelfbezinningsweekend voor driegeleders

agenda
Emmen, 4 en 5 juni

Pinksteren 2017: zelfbezinningsweekeinde voor driegeleders

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de idee van de driegeleding van het sociale organisme door Rudolf Steiner voor het eerst naar buiten werd gebracht, namelijk in memoranda gericht aan de keizer van Duitsland en aan de keizer van Oostenrijk-Hongarije.
Ook is het 100 jaar geleden dat Steiner, na 30 jaar geesteswetenschappelijk onderzoek, zijn inzichten over de driegeleding van het menselijke fysieke organisme publiceerde.
In Nederland werd 100 jaar geleden de zgn. schoolstrijd gewonnen door protestantse en katholieke scholen, met als gevolg dat alle scholen gelijke rechten kregen op bekostiging door de overheid, ongeacht hun levensbeschouwelijke grondslag.
Eén essentiële voorwaarde voor de praktische verwezenlijking van de sociale driegeleding lijkt in elk geval deze: dat degenen die zich al wél bewust zijn geworden van deze idee en haar reikwijdte,  elkaar vinden en een krachtige, werkelijk sociale gemeenschap /gemeenzaamheid weten te vormen. Daaraan proberen wij tijdens deze bijeenkomst te werken.

Tijdens deze tweedaagse bijeenkomst komen onder meer aan bod:
- Das Geld, sein Wesen und Wirken in der Gegenwart
- Gemeenschapsvorming
- Gezamenlijke studie van een voordracht van Rudolf Steiner (uit: “Hoe werkt men voor de impuls van de sociale driegeleding?)
- Gesprek over de wil en de mogelijkheden om je actief voor de sociale driegeleding in te zetten

Klik op bijgaand pdf-bestand voor nadere informatie: Weekend sociale driegeleding Emmen

Aan de bijeenkomst werken onder andere mee: Heidjer Reetz, Wouter Kamphuis en John Hogervorst.
Uitgebreide informatie vind je in HIER
Aanmelden: T: 0591-381445, info@leeuweriksveld.nl

Explosief

bus

Een dolende ziel kocht 60.000 putopties op aandelen van een Duitse voetbalclub. Dat zijn opties die veel geld zouden opleveren als de waarde van het aandeel van de club zou kelderen. Dat laten kelderen van de waarde van de aandelen nam de dolende ziel zelf ter hand door een bomaanslag te plegen op de spelersbus van de betreffende voetbalclub. Als het allemaal zou zijn gelopen zoals hij hoopte had hij, menen ‘experts’, misschien een paar miljoen euro verdiend.

Maar de bomaanslag op de spelersbus van Borussia Dortmund op 11 april jl. had niet het beoogde effect en Sergej W., de dolende ziel, verdwaald in de verlokkingen van de vrije markt, zal nu worden ondergedompeld in een minder vrij gebied in onze samenleving: het gevangeniswezen.

Cynisch genoeg: met zijn dwaze actie heeft Sergej ook laten zien hoe de vrije verhandelbaarheid van bedrijven strikt consequent doorgedacht tot wantoestanden leidt. Het feit dat het eigendom van een onderneming (in stukjes verdeeld, namelijk in aandelen en opties op aandelen)  verhandelbaar is, leidt ertoe dat er steeds mensen of organisaties zijn die bijvoorbeeld belang hebben bij de ondergang van een onderneming, of bij andere rampspoed.

Hoe dan? Bijvoorbeeld: onderneming A heeft belang bij een dramatische koersval van de aandelen van concurrent-onderneming B. Sinds jaar en dag gevestigde onderneming C heeft belang bij het in de kiem smoren van de opkomend technologiebedrijf D. En zo verder.
Anders gezegd: aandeelhouders van General Motors hebben belang bij een dieselschandaal dat Volkswagen een paar miljard kost. Aandeelhouders van Airbus hebben er belang bij dat er morgen een Boeing neerstort.
Aandeelhouders van farmaceut Pfizer hebben belang bij veel, ernstige en liefst chronische ziektes.
Aandeelhouders van Shell en Exxon hebben belang bij stroperige procedures, wegkijkende ministers en murw gemaakte Groningers. Aandeelhouders Heineken hebben belang bij wetenschappelijk onderzoek dat zegt dat een beetje drinken geen kwaad kan.
Aandeelhouders in de tabaksindustrie hebben belang bij sluipwegen om jongeren aan roken verslaafd te maken.
Aandeelhouders in de wapenindustrie hebben belang bij veel en bij voorkeur langdurige oorlog.

Het moest niet mogen, zegt u? Inderdaad. Wat u zegt.

Een klein stapje in de goede richting zou zijn dat er heel snel een regeling komt die ondernemingen die zich zó organiseren dat zij geen privé-eigendom zijn, en ook niet kunnen worden (en zulke ondernemingen bestaan al) fiscaal voordeel biedt én toegang tot krediet op gunstige voorwaarden. Dan gaan we het gewoon zo doen dat steeds meer mensen er belang bij hebben dat we het sociaal wenselijke, in plaats van het sociaal onwenselijke stimuleren.

Bedenkingen bij het basisinkomen (2)

7887In het januarinummer van Driegonaal is een uitvoerig artikel van redacteur John Hogervorst over het basisinkomen opgenomen: ‘Waarom het basisinkomen een sympathiek maar onverstandig idee is’.
Hier (en in de komende dagen volgt er meer) een fragment uit het genoemde artikel.

“Het basisinkomen gedacht als een sociaal vangnet klinkt mooi – maar waarom zou er een vangnet moeten zijn voor degenen die goed zonder kunnen? Het basisinkomen als sociale springplank (als middel dat mensen in staat stelt zich te wijden aan wat zij essentieel vinden) is een weinig sociaal, eerder een zelfzuchtig concept. Op grond waarvan zou ik het recht moeten hebben mij te wijden aan wat ik essentieel vind – en op welke wijze draag ik dan bij aan de mogelijkheid dat ‘de ander’ van dit zelfde recht gebruikt maakt? Wie voorstander van het basisinkomen is én sociaal wil zijn, richtte zich op het realiseren van die sociale springplank voor anderen dan zichzelf (hij ontvangt overigens in dat geval al doende zijn eigen ontwikkeling op de koop toe) – en zal er niet in willen berusten dat anderen dag in dag uit werken voor zíjn sociale springplank.

“Maar denk jij dan dat mensen als het basisinkomen een feit is niet zullen werken? Heb je dan zo weinig vertrouwen in de mensen?” – werd mij meermaals voorgehouden. Het stellen van deze ‘vertrouwensvraag’ is misplaatst. Of ik vertrouwen heb in de mensen is hier niet de vraag, het gaat er eenvoudigweg om dat we niet iets kunnen verdelen dat nog niet gemaakt is en dat we dus eerst moeten afspreken hoe we de taken onderling zullen verdelen. Is dat teveel gevraagd (bijvoorbeeld aan mensen die zoveel vertrouwen hebben in de wil tot werken van de basisinkomensontvangers)?”

Wilt u het januarinummer van Driegonaal ontvangen? Voor € 7,00 ontvangt u het laatste plus een vorig dubbelnummer toegestuurd.
Mail naar: info@driegonaal.nl

Bedenkingen bij het basisinkomen (1)

7887In het januarinummer van Driegonaal is een uitvoerig artikel van redacteur John Hogervorst over het basisinkomen opgenomen: ‘Waarom het basisinkomen een sympathiek maar onverstandig idee is’.
Hier (en in de komende dagen volgt er meer) een fragment uit het genoemde artikel.

“Het invoeren van het basisinkomen is een manier van het (her)verdelen van waarde. Die waarde komt niet uit de hemel vallen maar is het resultaat van de arbeid en de inzet van de mensen die (wereldwijd) in de economie werkzaam zijn. Wanneer deze mensen – om dit punt op vereenvoudigde wijze duidelijk te maken – morgen allemaal het werk zouden neerleggen, zou er overmorgen geen waarde zijn die (her)verdeeld kan worden. Want wanneer de productie in de economie tot stilstand komt, zal de waarde van het geld in de richting van nul beginnen te dalen – eenvoudigweg omdat er niets meer te koop zal zijn.

De waarde die men door middel van het basisinkomen wil verdelen, wordt dus tot stand gebracht door de productiviteit van de economie, doordat mensen dáár hun arbeid en inventiviteit inzetten.

Voorstanders van het basisinkomen zijn feitelijk (welke redenen zij daarvoor ook hebben) voorstanders van een andere verdeling van de beschikbare waarde. Dat een andere verdeling van de gecreëerde waarde meer dan wenselijk is, is duidelijk. Maar een gesprek (en besluit) over deze andere verdeling kan pas gevoerd worden wanneer er eerst een ander gesprek (met besluitvorming) gevoerd is: het gesprek namelijk over het verdelen van de arbeid die nodig is om de te verdelen waarde te scheppen en het gesprek waarin onderzocht en vervolgens bepaald wordt hoeveel waarde er eigenlijk geschapen, en verdeeld, moet worden.”

Wilt u het januarinummer van Driegonaal ontvangen? Voor € 7,00 ontvangt u het laatste plus een vorig dubbelnummer toegestuurd.
Mail naar: info@driegonaal.nl

Nieuwsbrief

De Driegonaal-nieuwsbrief verschijnt onregelmatig. Registreer hier!



Sociale netwerken