Drievoudige plaag (mis hem niet)

Driegonaal logoMorgen rond het middaguur versturen we onze nagenoeg maandelijkse Nieuwsbrief.  In de menubalk hier rechts kunt u zich inschrijven om deze Nieuwsbrief (gratis) te ontvangen.
In deze Nieuwsbrief wordt onder meer verklaard waarom Driegonaal ook wel als een drievoudige plaag kan worden gezien en zijn een paar (prikkelende?) voorproefjes opgenomen uit een ‘longread’ over het basisinkomen in het komende nummer.
Hier dan een voorproefje van zo’n voorproefje:
“Het gesprek over het basisinkomen is een gesprek over de verdeling van welvaart. Dat gesprek zal blijken een schadelijke illusie te zijn wanneer het niet begint met het gesprek over het bepalen en verdelen van onze inzet ten behoeve van het sociale geheel (op te vatten als bijvoorbeeld ‘de gemeenschap’, ‘de samenleving’, ‘de wereld’). Die inzet leidt er immers uiteindelijk toe dat er iets te verdelen ís.”

De sociale driegeleding als menselijke noodzaak

Het bestuderen van de geschiedenis is een bezigheid die ons veel kan leren over de mens van vandaag. Wanneer we proberen een beeld te vormen van het sociale leven ten tijde van het Oude Egypte, kunnen we vervolgens, door dat beeld in relatie te brengen tot het sociale leven van onze tijd, zien hoezeer dit sociale leven -en dus de mens- veranderd is. We kunnen op die manier bovendien een besef krijgen van de richting waarin de mens zich ontwikkelt.

Kenmerkend voor het Oude Egypte is de rol van de religie in het sociale leven:

“Religie was een levenswijze in Egypte en toch had het concept van een georganiseerde godsdienst voor de meeste mensen geen betekenis. Daar de goden volledig geïntegreerd waren in de Egyptische samenleving, temidden van hun volgelingen leefden, toezicht hielden op elk aspect van het dagelijks leven, werd er weinig bijgelovige eerbied getoond in hun verering. De goden waren niet alleen bij Egypte, ze wáren Egyptenaren.” 1)

Dit fragment is duidelijk, maar abstract. Het wil zoveel zeggen als: voor de Egyptenaren bestond er niet zoiets als wat wij nu religie noemen: hun gehele dagelijkse leven was religie (althans, datgene wat wij religie noemen). Alle handelingen stonden in het teken van de goden en daarmee was natuurlijk ook hun zieleleven grotendeels vervuld. Het ritme van de dag, het bereiden en gebruiken van de maaltijd, de tijd van zaaien of oogsten, de feesten – het wat, hoe wanneer en waarom van al deze dingen werd aangegeven door de goden en hun intermediairs: de priesters en vooral de farao, de priester-koning.

“De koning bekleedde de hoogste positie in de Egyptische maatschappij, zoals de deksteen van een piramide. De koning van Egypte was een vleesgeworden god, een priester en een krijger, die ver verheven was boven de zwoegende meerderheid van zijn onderdanen, die bereid waren voor hem te vechten en zo nodig te sterven. Ondanks zijn ontoegankelijkheid was de koning veel meer dan een soort heerser in naam, die alleen zuiver ceremoniële plichten had. Hij bevond zich in het centrum van alle Egyptische zaken, in feite, in heel reële zin, was hij Egypte.” 2)

De goden, plaatsvervangend de farao en de vele priesters, bepaalden het leven in Egypte, de individuele mens bestond in zekere zin nog niet, althans: hij liet zijn leven in vanzelfsprekendheid bepalen door de goden.

Anno 2004, om het contrast maar direct scherp te stellen, mag je als ouder al blij zijn als je je kind nog voorbij de puberteit een beetje mag helpen de weg in het leven te vinden, daarna (of daarvoor) gaat het zijn eigen weg. En dat moet ook zo zijn in onze tijd: de mens wil zijn eigen keuzes maken.

Dit proces van individualisering, dat gepaard gaat met het oplossen van alle traditionele sociale verbanden, werd door Rudolf Steiner beschreven in de sociologische basiswet:

“Aan het begin van haar culturele status streeft de mensheid naar het ontstaan van sociale instellingen; het belang van de enkeling wordt voorshands aan het belang van de instellingen opgeofferd; de verdere ontwikkeling leidt er evenwel toe, dat de enkeling zich uit de belangen van de instellingen bevrijdt en tot een vrije ontplooiing van zijn behoeften en van zijn capaciteiten komt.” 3)

Met name in de 20e eeuw, en in de westerse wereld, is dit proces van individualisering en het wegvallen van sociale verbanden in sneltreinvaart verlopen. Juist de westerse cultuur heeft daarvoor in de afgelopen vijf, zes eeuwen de randvoorwaarden geschapen (in de ontwikkeling van wetenschap, techniek, economie en vormgeving van het sociale leven) en met het verbreiden van de westerse cultuur over de gehele aardbol zal dit individualiseringsproces wereldwijd zijn loop nemen. En al gaat dit proces ook gepaard met individuele en sociale crisissen, met eenzaamheid, menselijke vervreemding en een ontketend egoïsme, het is een ontwikkeling die onomkeerbaar is en die, in het proces van de mensheidsontwikkeling, een noodzakelijke stap is op de weg van de mens naar vrijheid.

Tegelijkertijd ligt in dit gegeven de kernvraag van het moderne sociale leven: hoe vormen we een samenleving die enerzijds recht doet aan de ontwikkelingsruimte die de individuele mens vraagt, maar die anderzijds toch meer is dan een verzameling van op zichzelf staande individuen?

Het ‘gezonde verstand’ raadt ons de individuele mens en dat wat er in hem leeft als uitgangspunt te nemen voor een in sociaal opzicht gezonde samenleving. Wat kunnen we in dit licht aan de individuele mens waarnemen?

Ten eerste: de diepe behoefte om individuele vaardigheden te ontplooien en uit te oefenen. Ten tweede: de behoefte om, in de ernstigste zin van het woord, als mens tegemoetgetreden te worden. Ten derde: de dagelijkse terugkerende behoefte aan datgene wat de aarde voortbrengt en wat het fysieke bestaan van de mens mogelijk maakt.

De sociale driegeleding is niets meer of minder dan de richting waarin aan deze drie behoeften tegemoetgekomen kan worden.

Het ontplooien en uitoefenen van individuele vaardigheden vindt in het geheel van het sociale leven zijn basis in het geestesleven. Het is het gebied van onderwijs, kunst, wetenschap, religie. Vanuit de individuele mens gezien is het het gebied waar hij datgene wat in de ziel leeft ontwikkelt, tot uiting brengt, beoefent. Voorwaarde voor een geestesleven dat tot bloei kan komen is dat er vrijheid heerst. Datgene wat in de menselijke ziel leeft mag niet van buitenaf beperkt of gestuurd worden, het behoeft vrijheid om langs individuele weg te kunnen komen tot het ontdekken en beleven van het ware, het goede en het schone. De sociale betekenis van een vrij geestesleven is van een dimensie die we ons nauwelijks kunnen voorstellen: een bloeiend geestesleven is een schier onuitputtelijke bron van ontwikkeling en vernieuwing voor het geheel van de samenleving.

De behoefte aan datgene wat de aarde voortbrengt en wat het fysieke bestaan van de mens mogelijk maakt, vindt zijn antwoord in het economisch leven. Hier wordt gewerkt aan de vervulling van deze behoefte  die, in een gezonde economie, beginpunt van alle economische bedrijvigheid is. Op basis van wederkerigheid werkt de ene mens aan datgene waaraan de ander behoefte heeft. Wanneer het vraagstuk van de (aard en mate van) arbeid en het eigendomsvraagstuk (het scheppen van een gebruiksrecht in plaats van een eigendomsrecht voor grond en kapitaalsgoederen) niet binnen het economisch leven maar daarbuiten, in het rechtsleven, geregeld worden zijn de voorwaarden geschapen voor een economie waarin de dingen de ‘juiste prijs’ dragen, dat wil zeggen dat een ieder die aan een waar heeft meegewerkt als tegenpresatie voor het resultaat van zijn arbeid voldoende ontvangt om in zijn behoeften te voorzien. Zo kan het economisch leven het gebied worden waarin broederschap verwerkelijkt wordt.

De diepe behoefte om als mens tegemoetgetreden te worden kan in het rechtsleven zijn antwoord vinden. Voorbij alles dat ons als individu kleurt en kenmerkt ligt ons diepere mens-zijn, dat we ook in alle andere mensen kunnen herkennen. Wat komt de mens toe louter op basis van zijn mens-zijn? Hoe wil ik dat de andere mens, krachtens zijn mens-zijn, behandeld wordt – zoals ook ikzelf? Daar liggen de diepere vragen van het rechtsleven. Datgene wat uit deze vragen voortvloeit geeft ook de grenzen aan van datgene waarover het rechtsleven zich kan buigen, namelijk over datgene wat alle mensen krachtens hun mens-zijn aangaat. In onze tijd wil de mens actief deelnemen aan het proces van het vormgeven van het sociale leven, inclusief de wetten, regels en afspraken. Daarom is gelijkheid in het rechtsleven noodzaak: gelijkheid in het vormen van wetten en regels, gelijkheid ook in de uitwerking van wetten en regels, die in gelijke gevallen in gelijke mate van gelding zijn. Het individueel-menselijke speelt dan ook in het rechtsleven geen rol (dat is thuis in het geestesleven), slechts het algemeen-menselijke.

In het geheel van dit maatschappelijke organisme heeft het economisch leven tot taak te voorzien in de fysieke behoeften van de mens, het geestesleven levert het geheel van het maatschapelijk organisme het zaad voor bloei en ontwikkeling, het rechtsleven waarborgt de vrijheid van het geestesleven, houdt anderzijds het economisch leven ‘op zijn plaats’ en is uitdrukking van (de mate van) menselijkheid van een sociaal organisme. Zo kunnen we de sociale driegeleding herkennen als een, in de diepste zin, menselijke noodzaak.

1)       Hilary Wilson, Het volk van de farao’s. Het dagelijks leven in het oude Egypte, Baarn 1998, (86)
2)       Ibid. (196)
3)       Vertaling ontleend aan De sociale impuls van de antroposofie, Dieter Brüll, Zeist 1985 (26)

Dit artikel van John Hogervorst verscheen oorspronkelijk in Driegonaal, jrg.27/nr.2

Berichten uit de vooruitgang

trumpDe verkiezingsoverwinning van Donald Trump heeft ook in Nederland heel wat stof doen opwaaien. Weldenkend Nederland, althans degenen die zich daartoe scharen, ‘hadden het niet zien aankomen’ en zijn verbijsterd over wat zij zien als domheid of woede van de Amerikaanse kiezer. Braaf wordt alom geroepen dat wij ook in Nederland niet zomaar voorbij kunnen gaan aan de beleving van honderdduizenden, zo niet miljoenen kiezers (of liever: kiesgerechtigden) die zich niet gehoord ‘voelen’ door ‘de politiek’.
Deze, en andere aan de overwinning van Trump gelinkte gedachten, inzichten of hersenspinsels, staan grotendeels in het teken van de aanname dat de verkiezing van Trump uitdrukking is van de wil om terug-in-de-tijd te bewegen en de toekomst op afstand te houden.
Terug naar de tijd dat de Amerikaanse industrie nog niet was vertrokken naar lagelonenlanden.
Terug naar de tijd dat Amerika nog niet te maken had met een permanente instroom van voornamelijk Mexicanen en andere bewoners van Midden- of Zuid-Amerika.
Terug naar een tijd waarin de kiezer het idee had dat zijn stem ertoe deed.

Maar… als het nou eens anders zou zijn?

Want zou de Amerikaanse kiezer er echt van overtuigd zijn dat zijn stem op Trump betekent dat er nu beter naar hem geluisterd wordt? Zou de Trump-kiezer werkelijk verwachten dat Trump zijn bonte stoet aan verkiezingsbeloften en – dreigementen gaat waar maken?

Misschien is het zo dat de positie en het perspectief van waaruit wij de overwinning van Trump bezien ondeugdelijk is en gekleurd door voorstellingen die niet heel veel verbinding hebben met de werkelijkheid.
Misschien ook, is het zo dat ‘de Amerikaanse kiezer’ (de Trump-stemmer incluis) niet zo dom is als wij menen. Waarom zou hij zo dom zijn, hoe weten dat hij redeloos is en waarover is hij dan wel zo ‘woedend’?

Wie wil denken over het sociale leven zal – gesteld dat het de bedoeling is dat dit denken de werkelijkheid raakt – in zijn overwegingen de sociologische basiswet moeten ‘meedenken’. Anders gezegd: hij zal zich terdege moeten realiseren dat de mens in steeds sterkere mate individu is en zijn leven op basis van zijn individuele ‘pakket’ aan oordelen, inzichten, gevoelens en voorkeuren wil inrichten.
Dat betekent dat al het geredeneer waarin mensen in groepen worden bijeengeveegd (Latino’s, vrouwen, woedende witte mannen, Afro-Amerikanen, …) niets anders is dan borrelpraat of geneuzel in de ivoren toren.
De ‘emancipatie van het individu’ (al in de 19e eeuw door Rudolf Steiner omschreven als de bodem waarop het moderne sociale leven zich afspeelt) brengt ook met zich mee dat de moderne mens niet aan de kant wil staan als er besluiten tot stand komen die zijn levenswerkelijkheid raken. Hij wil daarover meedenken, meepraten en mee besluiten.

Dat de moderne mens nauwelijks nog warm loopt voor de huidige democratische praktijk is niet zo gek. Je hoeft niet dom, redeloos of woedend te zijn om te ervaren hoe flinterdun de moderne democratische werkelijkheid is. De democratische structuren zoals we die sinds enkele eeuwen -in een deel van de wereld- hanteren, zijn achterhaald. De moderne mens is daaraan voorbij en ervaart dat zijn behoefte aan mondige participatie in de bestaande democratische structuren geen plaats vindt.

De verkiezing van Trump is het signaal dat de democratie een stap verder ontwikkeld moet worden. Daarnaar leeft een oprecht en diepgeworteld verlangen – in ieder individu. En het is van een absolute urgentie om de vermolmde democratische praktijk aan dit eigentijdse verlangen aan te passen.

Leve de vooruitgang!
(jh)

Activiteiten

agenda

Gent, zaterdag 19 november
De Vereniging voor Associatieve Economie organiseert in samenwerking met de winkel De Blauwe Bloem op zaterdag 19 november een studiebijeenkomst met twee gastsprekers.
Sebastian Bilbao zal spreken over De evolutie van het fenomeen sociale driegeleding.
Ben Gevonden zal het hebben over De praktijk van ondernemen met driegeledingsimpuls.
Tussen en na deze bijdragen zal ruimschoots tijd voorhanden zijn voor onderlinge uitwisseling en nadere kennismaking.
Kosten:  € 30 voor leden van de  Æ-Vereniging, € 35 voor niet-leden en € 25 voor studenten – incl. lunch met soep en brood.
De Blauwe Bloem, Lange Steenstraat 52, 9000 Gent
Aanmelding of nadere info: +32 9 233 05 74 of info@AE-Vereniging.org

Leiden, vrijdag 25 november
Vrijheid, gelijkheid en broederschap – in een nieuw licht
Inleiding en gesprek, met John Hogervorst

Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn niet zomaar ‘idealen’: er gaat een onvermoede wereld achter hen schuil. Op die onvermoede wereld gaan we een blik werpen door de idealen in hun sociale gestalte nader te onderzoeken. Welke betekenis hebben zij voor de mens en het menselijk samenleven?
Zij zijn de wegwijzers voor een sociale toekomst in een nieuwe en moderne christelijke betekenis. Zij maken de kring van onze ‘naasten’ tot een kring die de gehele mensheid omvat.
De Zonneboom, De Laat de Kanterstraat 5, 2311 JS Leiden
Tijd: 19.30 – 21.30 uur
Kosten: 7,50 euro
svp aanmelden

Leiden, vrijdag 9 december
Economie voor iedereen
Inleiding en gesprek, met John Hogervorst
Economie, dat is écht geen kwestie die we aan de economen kunnen overlaten. Dat zullen we samen ontdekken als we eens onbevangen proberen waar te nemen wat er in de economie eigenlijk gebeurt: “Je krijgt het pas door als je het ziet”. De economie is een zaak van ons allemaal en met een ander economisch bewustzijn scheppen we mee aan een andere economie!
De Zonneboom, De Laat de Kanterstraat 5, 2311 JS Leiden
Tijd: 19.30 – 21.30 uur
Kosten: 7,50 euro
svp aanmelden

Antwerpen, 24-26 februari 2017
Internationale conferentie: Lichtbaken

Of u nu fan bent van de nieuwe Amerikaanse president of niet, weinigen betwijfelen dat er een en ander zal veranderen in de wereld onder Trump … Wellicht is het méér dan ooit tijd om na te denken in wat voor maatschappij wij eigenlijk willen leven. En hoe we die kunnen vormgeven.
Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, in 1917, dacht Rudolf Steiner precies daarover na en schreef hij de eerste kiemen voor zijn maatschappelijke ideeën neer. Op de nakende internationale conferentie ‘Lichtbaken 1917-2017′ willen we met die kiemen aan de slag en onderzoeken hoe we ze in de eenentwintigste eeuw operationeel kunnen maken.

Vier gerenommeerde sprekers en meer dan twintig werkgroepbegeleiders zullen de deelnemers van deze conferentie begeleiden bij de (her)ontdekking van de uitermate belangrijke ideeën die Rudolf Steiner in 1917 formuleerde op het gebied van de menselijke constitutie, maar ook op het gebied van het maatschappelijk organisme.
In een tijd van toenemend nationalisme is het niet verkeerd om eraan te herinneren dat Steiner het nationalisme van de negentiende (en twintigste) eeuw als bron van oorlog en geweld zag. In 1917 en de daarop volgende jaren vond hij echter weinig (politiek) gehoor voor zijn ideeën voor een maatschappelijke driegeleding.
Misschien ligt dit 100 jaar later anders. Dat kunnen we alleen te weten komen door ons eerst actief te bezinnen en deze ideeën in onszelf te laten uitrijpen, om vervolgens maatschappelijk actief te worden.

De inschrijvingen voor de conferentie lopen momenteel vrij snel binnen. Tot 15 november profiteert u nog van de snel-inteken-prijs van 125 euro. Wie later inschrijft, betaalt 145 euro.
Als u deze belangrijke gebeurtenis wilt bijwonen, is het zaak om zo snel mogelijk in te schrijven. Dat doet u via deze website. http://www.lichtbaken1917-2017.be/

Nobelprijs voor economie voor Rudolf Steiner!

Drukwerk

Dat hij in de race was, was misschien nog wel de grootste verrassing. Onder economen sloeg het nieuws dat Rudolf Steiner de Nobelprijs voor economie is toegekend in als een bom.
“Deze hadden we niet zien aankomen”.

De meeste economen durfden nog geen commentaar te leveren. Het feit dat zij volledig onkundig zijn van het economisch gedachtengoed van de kersverse Nobelprijswinnaar zal daar mede debet aan zijn. In kringen rond de jury in Stockholm werd gesuggereerd dat Steiners naam al enkele jaren genoemd werd in de geheime beraadslagingen. Daarbij was aanvankelijk ook onduidelijkheid over de vraag of de Nobelprijs postuum zou kunnen worden gewonnen. Maar de jury heeft aan die overwegingen dit jaar op robuuste wijze een punt gedraaid.

Uit het juryrapport:
“Het economische werk van Rudolf Steiner is na bijna een eeuw nog altijd van een sprankelende originaliteit. Waar de oppervlakkige beschouwer misschien zou menen dat hij de economische wetenschap op zijn kop zet, leert een nadere beschouwing dat hij de economie een fundament geeft op basis waarvan de complexe processen in een door kapitaal en arbeidsdeling tot wereldeconomie geworden netwerk, niet alleen doorzien maar ook gestuurd kan worden.
De juiste prijs als kernvraagstuk van de economie; de introductie van het concept van de organische geldkringloop, met als cruciaal element wat Steiner ‘schenkgeld’ noemde; het benadrukken van samenwerking als natuurlijk en inherent economisch principe; zijn uitwerking van de verbinding van kapitaal aan uitgeoefende ondernemerscapaciteiten – de econoom Rudolf Steiner gaf de meest belangwekkende aanstoot tot de vernieuwing van de economische theorie en praktijk.
Dat de economische gemeenschap dit niet eerder heeft onderkend betreurt ons meer dan wij zeggen kunnen en heeft er mede toe geleid dat de wereld zich in een deplorabele toestand bevindt.
Wij wilden niet langer zwijgen”, aldus het Nobelprijscomité.

 Drs. Teentjes

De donorgedachte herzien

orgaan

De staat meent, zie Donorschap tenzij, over onze organen te mogen beschikken, mits wij voorbij het punt zijn dat de wetenschap als sterfmoment heeft gekozen en mits wij niet zelf anders hebben bepaald. Wie zwijgt stemt toe, dat is de onderliggende gedachte. Waarom? Omdat er mensenlevens gered kunnen worden wanneer er meer donororganen beschikbaar zouden zijn.
Er is niets op tegen dat mensenlevens gered worden, integendeel. Of dat echter mag met inzet van donororganen die zonder uitdrukkelijke toestemming van de donor zijn verworven, daarover hebben we het hierboven gehad.

Je vraagt je desondanks af hoe de wetgever tot de gedachte komt om het menselijk lichaam onder zijn beschikking te nemen, om het vervolgens open te snijden en van zijn organen te ontdoen.
Anderen hebben veel belang bij die organen!
Ja, dat is zo…

Anderen, waaronder u en ik, hebben ook veel belang bij het beëindigen van armoede, van uitbuiting, van de ongelijke verdeling van welvaart en ontwikkelingskansen en van de vernietiging van het milieu. Hoeveel mensenlevens en mensenleed zijn hiermee niet gemoeid? Zou de wetgever dáár eens naar kunnen kijken?

In een maatschappelijk klimaat waarin een parlementaire meerderheid van oordeel is dat de integriteit van de mens ondergeschikt is aan het algemeen nut – te weten: de zorg ten behoeve van de mensen die met een donororgaan geholpen zouden zijn – en waarin dus organen worden genomen van nog levende maar hersendood verklaarde mensen, zal dan toch ook een groot draagvlak zijn voor het benutten van andere zaken ten behoeve van het algemeen nut.
Ik bedoel: wanneer wetgeving het mogelijk maakt dat uw of mijn longen, lever of hart zonder expliciete toestemming voor het algemeen nut worden gebruikt, zullen toch zeker ook zaken als grond of natuurlijke hulpbronnen door middel van wetgeving kunnen worden aangemerkt als zaken die ten behoeve van het algemeen nut dienen te worden benut? Zéker wanneer men zou doorzien hoezeer het feit dat de aarde en haar natuurlijke rijkdom voor privédoeleinden misbruikt worden (privé-eigendom kunnen zijn) wereldwijd catastrofaal uitwerkt. Wie mensenlevens wil redden en menselijk welzijn wil stimuleren, vind geen grotere kans dan rond dít thema.

En hoe eenvoudig is het dan niet om tot wetgeving te komen die bepaalt dat grond en natuurlijke hulpbronnen na het overlijden (het hersendood-criterium laten we maar even achterwege) van degenen die nu (mede-)eigenaar zijn, overgedragen wordt aan kringen van mensen die deze zaken vervolgens – steeds tijdelijk -  in bruikleen geven aan degenen die deze middelen op een bekwame en vruchtbare manier kunnen inzetten ten behoeve van dat algemeen nut?
U of ik en vele anderen zijn nu – via onze spaartegoeden, pensioenopbouw, door het bezit van aandelen, opties en al dergelijke zaken – eigenaar van een deel van de aarde en haar hulpbronnen? Fijn, gefeliciteerd daarmee! Maar de aarde en haar hulpbronnen komen u en mij en niemand niet toe, het gaat niet aan dat zij worden ingezet om privébelang te dienen. Direct na ons overlijden maken we daar een eind aan: dit eigendom wordt direct overgeleid naar kringen van bekwame en terzake kundige mensen, die erop toe zullen zien dat de aarde en haar hulpbronnen op een sociaal en wat betreft duurzaamheid zinvolle manier worden benut door mensen die daarvoor de vaardigheden in huis hebben.

Wie hart heeft voor de toekomst van de aarde, voor de toekomst van de mensheid, gaat er aan bijdragen dat déze wetgeving er komt!
(John Hogervorst)

Donorschap tenzij

orgaanMet een stemverhouding van 75 vóór en 74 tegen werd gisteren een wet aangenomen waarin wordt bepaald dat diegenen die daaromtrent niets vastleggen, daarmee aangeven na hun overlijden geen bezwaar te hebben tegen het gebruik van hun organen als donororgaan.
De wet moet nu nog door de eerste kamer goedgekeurd worden om definitief in werking te treden.

De vragen rondom orgaandonatie leven al langer en zullen door de nieuwe wet zeker niet verstommen. De meest brisante vraag is de volgende: wanneer is een mens overleden en zijn de criteria die daarvoor in de geneeskunde gehanteerd worden correct? Met andere woorden: worden donororganen werkelijk na de dood afgestaan, of is het zo dat ze nog bij leven worden uitgenomen?

Het ´hersendood-criterium´ dat nu gehanteerd wordt is op zijn zachtst gezegd verdoezelend: wie hersendood is leeft nog.
Wie hersendood is én heeft aangegeven orgaandonor te willen zijn of daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, zal komen te overlijden tijdens de operatie om de organen ´uit te nemen´. De toekomstige nabestaanden, die (meestal) zonder daarvan het fijne te weten, mogelijk desgevraagd toestemming verlenen de organen van hun familielid te doneren, worden vervolgens verzocht afscheid te nemen van hun partner of familielid, die weliswaar buiten bewustzijn is, maar nog altijd leeft.

Lees verder

Nieuwsbrief

De Driegonaal-nieuwsbrief verschijnt onregelmatig. Registreer hier!



Sociale netwerken