Geen surrogaat

“Vóór alles ligt het mij vandaag na aan het hart om u een en ander te vertellen met het oog op wat vanuit de impulsen van onze tijd, vanuit de nood van onze tijd, tegen de mensen moet worden gezegd in een geschrift van mij over het sociale vraagstuk, dat in de komende dagen zal verschijnen. Dit geschrift zal heten De kernpunten van het sociale vraagstuk in de werkelijke eisen van het leven nu en in de toekomst. Uit de beschouwingen van de afgelopen dagen, die eigenlijk slechts een voortzetting en een uitbreiding zijn van de beschouwingen die wij hier sinds vele weken hebben gehouden, zult u hebben opgemaakt dat hetgeen ik juist met betrekking tot het sociale vraagstuk zal moeten zeggen, niet een soort zijstroming is naast dat wat in ons hele geesteswetenschappelijke streven leeft, maar dat wij het inderdaad zó moeten zien dat dit geesteswetenschappelijk streven juist door de hem eigen aard, begrip ontwikkelt voor de behoeften en de eisen van het heden en de naaste toekomst, en dat het nu eenmaal zo is dat het juist voor het karakter van onze tijd kenmerkend is, dat de nood van de tijd alleen radicaal kan worden opgelost vanuit geestelijke impulsen. Al het andere dat zou worden geprobeerd – ik heb dit al vanuit de meest verschillende gezichtspunten benadrukt – zou toch hoogstens een surrogaat kunnen zijn. Ook het uiterlijke dat zou moeten worden gedaan, zal van een zodanige natuur moeten zijn dat, ik zal niet zeggen een bepaalde vorm van geesteswetenschap, maar dat een geestesleven dat naar de werkelijke geest streeft, binnen de sociale ordening mogelijk wordt.”
(Rudolf Steiner in een voordracht van 14 april 1919, GA 190)

[Opgenomen in: Driegonaal, jrg.35, nr.1/2, april 2019]

Wij leven toch in een democratie?

In Europa is de democratie als politieke eis bijna 200 jaar oud. Zij werd verkondigd als een van de grote verlangens van de Franse Revolutie met de woorden ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’. De opeenvolgende reeks politieke strubbelingen in Europa heeft sinds generaties met deze drie verlangens te maken. De politieke onrust komt voort uit het feit dat geen van de drie idealen tot dusver gerealiseerd kon worden. In politiek opzicht wil democratie zeggen dat de meerderheid beslist. Sinds deze eis helder is, doen anti-democraten er alles aan om de meerderheid in hun richting mee te krijgen. Omdat zij, de anti-democraten, nog altijd de zeggenschap over de massamedia hebben, lukt dit hen tot op de dag van vandaag. (…)

De opgave van het individu ten opzichte van de democratie is dat hij de andere opvatting van de ander, zowel als diens persoonlijkheid, als ook diens eenvoudige bestaan als mens werkelijk moet respecteren.  Als innerlijke eis aan ieder mens vraagt democratie onvoorwaardelijk respect voor ieder mens, eenvoudigweg omdat hij mens is. Daarbij is het niet relevant of die ander slimmer of dommer is, armer of rijker, laag- of hoogopgeleid. Het gaat om niets anders dan respect voor die andere mens, onafhankelijk van diens afkomst of uiterlijke kenmerken. Deze democratische houding, die de ander volledig respecteert, is kern en substantie van de democratie. Zonder deze substantie is het woord ‘democratie’ betekenisloos. Op dit punt schieten wij ernstig tekort. Dat kan ook pijnlijk ervaren worden, waar mensen samenkomen die zich uit oprechte overtuiging sterk maken voor de democratie. Ook bij hen is vaak te zien hoe elk respect voor de ander als vertegenwoordiger van een andere overtuiging, als gesprekspartner, als jongere of oudere, volledig ontbreekt. (…)
De weg naar werkelijke democratie is oneindig zwaar omdat wij pas aan het begin staan van het ontwikkelen van een echte democratische gezindheid en van werkelijk respect voor de andere mens. (…) De kern, de substantie van de democratie is een gezindheid. Die bestaat uit respect voor de mening van de andersdenkende, al bevalt deze mening ons nog zo weinig. Die bestaat ook uit het respect voor een stamelend, onbeholpen woord, dat misschien veelzeggend kan zijn wanneer men maar kan luisteren, de mens respecteert de stamelend naar zijn woorden zocht.

Het oefenen voor een echte democratische gezindheid is voor ons allemaal nog iets nieuws. Een oefenveld vinden wij in onze relatie, in ons gezin, in kleine groepjes. Daar waar wij elkaar regelmatig ontmoeten, waar de kring klein en overzichtelijk is, kunnen wij het ware respect voor de onaantastbare menselijke waarde van ieder afzonderlijk leren kennen. (…) Het respect voor de ander mens en voor zijn gelijkberechtiging als mens moet geoefend en geleerd worden.

[Dit fragment werd gepubliceerd in Driegonaal jrg.35, nr.1/2 (april 2019) en is afkomstig uit een artikel van Peter Schilinski uit 1984, opnieuw gepubliceerd in Jedermensch, Nr. 678, Frühling 2016]

E-Day herdenking

Nadat we gisteren de viering van 75 jaar D-Day beleefden, gaat alle aandacht vandaag uit naar de viering van 75 jaar E-Day. Was D-Day (in de beeldvorming) het begin van het einde van de bezetting van Europa door Nazi-Duitsland, zo staat E-Day in het teken van de herdenking van 75 jaar economische macht van de Verenigde Staten van Amerika.

De Europese wederopbouw, mede gefaciliteerd door het ‘Marshallplan’, betekende ook de inkadering van de Europese economie in de Amerikaanse; het proces van dekolonisatie dat na het einde van de tweede wereldoorlog zijn vaart nam, maakte nieuwe zelfstandige staten in Afrika, Azië en elders tot drijfhout op de golven van het door de VS  gedomineerde economische stelsel.

Uiterlijk sinds het einde van die oorlog kan tot op grote hoogte met recht worden gezegd: “economie is de voortzetting van de oorlog, met andere middelen”.

Dat de wereldwijde Amerikaanse economische dominantie 75 jaar na E-Day als nooit tevoren wordt uitgedaagd, door China, biedt een weinig verheugend perspectief. Het Chinese staatskapitalisme verenigt de schaduwkanten van het Amerikaanse kapitalisme (met als bestanddelen o.a. vrijheid van uitbuiting; vrijheid van consumentenbedrog en vrijheid van vernietiging van de aarde) met de wil het individu volledig te conditioneren en in te passen in de staatsideologie. Het Amerikaans-getinte kapitalisme doet dat anders: het maakt het individu tot een systeemgetrouw mak lam door hem te verdoven met welvaart, technologie en de schijn van vrijheid.

De tweestrijd tussen China en de VS zal tot niets vruchtbaars leiden en slechts het besef dat een andere economie mogelijk is nog verder afdempen. En boven de tweestrijd uit, hebben beide ‘economische systemen’ met elkaar gemeen dat zij een aanval doen op de vrije ontwikkeling van het individu.

Zo in de tijd van Pinksteren, door Rudolf Steiner eens gekarakteriseerd als “het feest van de vrije individualiteit”, is het – anders dan mee te deinen in het uiterlijk vertoon van de D-Day herdenking – misschien beter  om eens na te zoeken waarmee Rudolf Steiner zich bezighield, in juni 1919 – honderd jaar geleden. (jh)


Rudolf Steiner in juni 1919

Het is van groot belang dat wij tot inzicht komen in de samenhang tussen het loze gezwets van onze tijd en het onderwijs zoals wij dat nu kennen. Het verwerven van dít inzicht is datgene wat zich zou moeten verdelen en zich in afzonderlijke vurige tongen over de hoofden van onze tijdgenoten zou moeten uitstorten.
Er wordt tegenwoordig vaak gesteld dat men aan het woord niet veel betekenis hoeft te hechten, want ‘in het begin was er de daad’. Maar deze zienswijze zal ons niet veel verder helpen want het woord is tot frase en geklets geworden en de daad tot een gedachtenloze brutaliteit. Dan is het natuurlijk voor de hand liggend om geen betekenis aan het woord te hechten. In het woord zoals dat nu gebruikt wordt, kan men slechts de frase voelen, in de daad die we nu kennen voelen we de gedachtenloze brutaliteit.
Dit alles staat in een diepe verbinding met hoe opvoeding en onderwijs in onze tijd geworden zijn. (…)
(8 juni 1919, GA 192)

“Ja, wat is er eigenlijk van het geestesleven geworden? Het is verworden tot een aanhangsel van de staat, een aanhangsel van de economie. Als bestuurder van het geestesleven, en vooral van het onderwijs, heeft de staat het geestesleven geruïneerd. En de economie, als broodheer van het geestesleven, heeft het nog verder de vernieling in geleid.

We hebben een echt vrij geestesleven nodig, want alleen in een vrij geestesleven kan binnenkomen wat de geestelijke wereld de mens openbaren wil (…) de lakeien van de staat, de staatshoogleraren en zij die in het geestesleven de loopjongens van de economie zijn, aan hen zal de geestelijke wereld niets openbaren, dat zal alleen gebeuren aan zij die dagelijks in het vrije geestesleven worstelen. De historische ontwikkeling zelf roept om de bevrijding van het geestesleven uit de ketens van staat en economie.
Deze dingen, die ik ook als ‘driegeleding van het sociale organisme’ naar voren heb gebracht, zijn in werkelijkheid het christendom van vandaag: het zijn in uiterlijke vorm gehulde geestelijke openbaringen.”
(12 juni 1919, GA 193)

April 2019: nieuw nummer Driegonaal


Verschenen:
het eerste (dubbel)nummer van de nieuwe jaargang; een nummer met een afwisselende, prikkelende én actuele inhoud:

De rubriek De Caleidoscoop met onder andere:
– Samenwerken in de economie
– Wij leven toch in een democratie!
– Het 5G netwerk wordt over ons hoofd uitgerold

100 Jaar sociale driegeleding
Een nieuwe rubriek die in de nieuwe jaargang steeds terug zal komen.
Met deze keer:
– Harrie Salman: Rudolf Steiners politieke acties (1917-1922)
– 100 jaar geleden verschenen: De kernpunten van het sociale vraagstuk

Dossier Basisinkomen
De discussie over het basisinkomen blijft doorgaan. Twee ingezonden bijdragen naar aanleiding van het artikel Gratis geld bestaat niet. Waarom het basisinkomen een sympathiek maar onverstandig idee is (Driegonaal, jrg.34, nr.3/4) – met reactie van John Hogervorst.

De sociale hoofdwet – grondslag voor de economische wetenschap
Een artikel van Luuk Humblet

Fragmenten uit recente literatuur
– Sociale driegeleding als vorm voor levend christendom (uit: Mani en zijn betekenis voor onze tijd, Rudolf Steiner, John Hogervorst)
– Elkaar tot leven wekken (uit: Sociale en antisociale impulsen, Rudolf Steiner)
– Wat is transhumanisme? (uit: Transhumanisme en de toekomst van het mens-zijn, Dieter Hammer e.a.)

Bijeenkomst rond het werk van Dieter Brüll

Met boekpresentatie en workshops.

Ter gelegenheid van het verschijnen van het eerste deel van een driedelige uitgave met werk van Dieter Brüll organiseren wij op diens 23e sterfdag een bijeenkomst rond zijn inzet voor de sociale driegeleding.

Programma:

U kunt vanaf 13.00 u aankomen

13.15 u: welkom en korte inleiding

13.35 u: overhandiging eerste exemplaar

13.45 u: workshops rond drie thema’s uit het werk van Dieter Brüll. Na een korte presentatie van de drie workshops maken de bezoekers hun keuze en wordt er in drie groepjes gewerkt aan het thema:

Marijke Meijer: ‘Opgesloten in een vergulde kooi?’In verschillende artikelen beschreef Dieter dat onze samenleving verandert in een vergulde kooi: een kooi waarin we niet vrij zijn maar waarin het, voor degenen die niet naar vrijheid verlangen, wel prettig toeven is. Andere mensen verdragen dit niet – wat is hier werkzaam?

Koos Bakker: ‘BD landbouw, de noodzaak van associaties en driegeleding’

In theorie en in praktijk biedt de biologisch-dynamische landbouw concrete aangrijpingspunten om met of vanuit de sociale driegeleding te werken. Een thema dat Dieter altijd nauw aan het hart gelegen heeft. Als oprichter van Odin heeft Koos Bakker een rijke ervaring in dit gebied.

John Hogervorst: ‘De drie geldkwaliteiten en de organische geldkringloop’

Regeert het geld de wereld? – Maar wie regeert dan het geld? Inzicht in de drie geldkwaliteiten en het beeld van de organische geldkringloop helpen ons om geld een vruchtbare rol te laten spelen.

15.00 u: Verslag vanuit de drie werkgroepen.

15.15 u: pauze, koffie/thee/sap

15.45 u: Afsluitend kringgesprek

16.30 u: Einde

De toegang voor het middagprogramma is € 7,50.

Tijdens de bijeenkomst zullen alle uitgaven van Nearchus te zien en te koop zijn. De bijeenkomst is gratis toegankelijk voor leden van de Nearchus Consumenten Kring.

SVP AANMELDEN via e-mail: info@nearchus.nl

zaterdag 23 maart 13:15-16:30 uur

Woonoord Kraaybeek (grote zaal)
Kraaybeek 41, Driebergen

NB: indien u met de auto komt: het is niet toegestaan te parkeren op het terrein van Woonoord Kraaybeek

Bij de ontluistering van de democratie

Circa 10x per jaar verspreiden we onze E-Nieuwsbrief. Rechtsonder op deze pagina kunt u zich inschrijven en ontvangt u de nieuwsbrief in het vervolg ook. Onderstaand artikel was opgenomen in de laatste Nieuwsbrief.

Een commissie onder leiding van oud-politicus Johan Remkes heeft zich gebogen over de vraag hoe het is gesteld met ons parlementair democratisch systeem. Met een lijst van ruim 80 aanbevelingen probeert de commissie haar bevinden handen en voeten te geven. Er mag en kan wel wat worden verbeterd aan onze democratie, oordeelt de commissie. Dat kunnen wij wel met de commissie eens zijn.
De snelle opkomst politieke partijen met populistische trekjes, gepaard met het luidruchtige ongenoegen onder een deel van de kiezers én de stille matheid bij anderen, wijst erop dat kiezers hun vertrouwen in het systeem maar mondjesmaat kunnen of willen geven. De dubbelheid van ‘de politiek’ die zich overal mee bemoeit en tegelijkertijd vaak schrijnend weinig voor elkaar krijgt (het gaat dan in veel gevallen om thema’s waar politiek en overheid ook gewoon van weg zou moeten blijven) en natuurlijk (laten we dat beestje ook maar bij de naam noemen) het opportunisme, de ongeloofwaardigheid en het gebrek aan visie bij vele politici, dragen niet echt bij aan de veronderstelling dat onze democratie in goeden doen is.

Zo is het niet heel moeilijk om een vermoeden uit te spreken over hoe het met het werkstuk van Remkes verder zal gaan. Van de ruim 80 aanbevelingen worden er straks twee of drie bediscussieerd; waarschijnlijk het idee van een bindend correctief referendum en het voorstel dat de kiezer straks op een politieke partij én op een premierskandidaat kan gaan stemmen. Voor deze twee of drie punten wordt (in het parlement) geen meerderheid gevonden; misschien komt men wel op de gedachte nog eens een commissie te vormen die zich over de meest besproken aanbevelingen zal buigen – en daarna is er weer de orde van de dag. Business as usual. De dames en heren van de commissie worden vriendelijk bedankt.
Is dit cynisch? Of is dit zoals het zal gaan?
Misschien stellen we de vraag anders: wie verwacht dat een ernstig zieke chronische patiënt zichzelf geneest?

De ontluisterende situatie waarin de patiënt zich bevindt werd in december nog eens duidelijk uit een inkijkje dat Ankie Broekers-Knol (in een interview in NRC van 18/12/18) gaf over de dagelijkse praktijk in politiek Den Haag. Broekers-Knol (VVD) is al geruime tijd lid van de eerste kamer en tegenwoordig zelfs kamervoorzitter. Het interview handelt voornamelijk over de Wet strafvermindering en de uitvoering van die wet. De wet werd in 2005 aangenomen – Broekers-Knol was er destijds ook al bij. Zij wist toen al dat de wet tot ongewenste praktijken zou leiden, maar ja… Deze wet gaf het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om (lichte) vergrijpen te berechten en te bestraffen. U weet, de eigenlijke taak van het OM is ervoor te zorgen dat wetsovertreders worden vervolgd. Het OM vervolgt, de rechterlijke macht spreekt recht. De wet kwam natuurlijk, het geldt voor alle wetten, met de beste bedoelingen tot stand (de rechterlijke macht zou ermee worden ontlast, en er werd tegelijkertijd bezuinigd). Dertien jaar later blijkt dat bijna 300.000 burgers zonder dat zij er erg in hadden een strafblad hebben: zij zijn ingegaan op een ‘strafbeschikking’ van het OM.
Broekers-Knol: “Die burgers hebben een strafblad! Dat is heel fundamenteel. En vervelend. Ze begrijpen niet wat ze overkomt, als ze zo’n brief krijgen. Ik zou hopen dat ik het zelf op tijd zou begrijpen als ik een strafbeschikking zou krijgen – ik heb  jarenlang als jurist gewerkt. De gemiddelde burger, ook de opgeleide, denkt: o, het zal wel.”

Bovendien wordt aangenomen dat één op de drie gevallen door de rechter anders zou worden beoordeeld: de rechter zou in die gevallen tot vrijspraak hebben besloten. Misschien niet zo verwonderlijk, want:
NRC: “Wij kwamen een recente vacature tegen van het OM, dat juridisch studenten zocht om zelfstandig beschikkingen uit te vaardigen.”
Zo wordt recht spreken en de strafmaat bepalen een aangelegenheid waarmee studenten aan een vakantiebaantje worden geholpen. En hebben naar we mogen aannemen 100.000 mensen ten onrechte een strafblad.

Goed, een abominabele wet dus, die nooit aangenomen had mogen worden. Broekers-Knol zag het 13 jaar geleden al aankomen: “Als ik het in mijn eentje kon beslissen had ik nee gezegd tegen strafbeschikking.”
Maar zij mocht het niet in haar eentje zeggen, en dus stemde zij… ‘ja’.
“Op een gegeven moment heb je alle bezwaren geuit, heeft de minister antwoorden gegeven en wordt het besproken in de fractie. Door toezeggingen word je omgepraat. Dan kun je als een donquichot alleen nog roepen: ‘Ik niet, ik niet’.”
(…)
NRC: “Waarom zei de fractie ja? … U vond de strafbeschikking in strijd met de Grondwet. Heeft een senator dan niet de plicht tegen te stemmen?”
Broekers-Knol: “Donner (destijds minister van justitie – red.) legde uit dat het niet zo was. Uiteindelijk zeg je; ‘Nou ja, laten we de minister the benefit of the doubt geven. In dit geval blijkt dat volstrekt ten onrechte.

Is dit nou een incident – de manier waarop deze wet is ingevoerd?
NRC: “Heeft u achteraf spijt van uw steun?
Broekers-Knol: ‘Nou spijt … luister eens, dan moet je de politiek niet in gaan, want er gebeuren voortdurend zulke dingen.’
Als ze zich de wetten voor de geest haalt die ze tijdens haar zeventien jaar in de senaat zag, neemt de vertwijfeling zichtbaar toe. ‘Er zijn er best wat waarvan je van tevoren weet: dat gaat gewoon niet goed. En intussen draait de beleidsmachine maar door.’ Wetgeving rond grote stelselwijzigingen zat volgens de senaat vaak vol problemen. Ze noemt de Mediawet, de Politiewet, de Donorwet, de Wet herziening strafzaken. Allemaal werden ze aangenomen.
‘We vragen hier ministers het hemd van het lijf, en we kunnen ze in het debat fileren. Maar uiteindelijk komt de politiek om de hoek kijken. Je partij zit in de coalitie, er bestaat een risico dat de tent gaat vallen. Willen we het zo ver laten komen? Dat moet je je realiseren.’
Waarom gaat het zo?
“Ik zit nooit bij die topjongens, in de ministerraad of bij het coalitieberaad. Maar daar is kennelijk een dynamiek van: zo wil ik het, en zo gaan we het doen.’”

Ja, het gaat niet zo goed met de democratie. Kan het nog erger?
Zéker wel!

NRC: “Zou de senaat een slechte wet niet gewoon moeten afstemmen?
Broekers-Knol: ‘Dat gebeurt wel eens! Mijn eigen partijgenoot Ruud Luchtenveld had een initiatiefwet ingediend voor echtscheiding zonder rechter. Echt een slecht voorstel. Ik vroeg aan mijn VVD-collega’s in de tweede kamer waarom ze het in vredesnaam hadden laten passeren. We vonden het zo zielig voor Ruud, zeiden ze.’”

Ja, u leest het goed. De tweede kamer had deze wet al behandeld en aangenomen. De VVD-fractie, in wier midden dit stuk broddelwerk geboren werd, had het broddelwerk als broddelwerk herkend – maar stemde vóór de wet. Want anders…. was het zo zielig voor Ruud.

Wij hebben een parlement waarin broddelwerk serieus besproken, zelfs wet kan worden. Wij hebben bergen onderzoek van door het parlement ingestelde wijze commissies. Maar de democratie blijft nog even uit de buurt.
Dat kan ook niet anders zolang er nauwelijks bewustzijn leeft voor het gegeven dat democratie zich baseert op de mondigheid van de burger; dat deze mondigheid ernstig genomen wordt wanneer slechts díe zaken in het parlement behandeld worden waarover elke mondige burger oordeelsbekwaam is; wat betekent dat alleen zaken die algemeen-menselijk zijn in het gebied van democratie en politiek thuishoren.

Dat zijn bijvoorbeeld vraagstukken als: welke rechten kennen wij toe aan mensen die ziek zijn, of gehandicapt; welke rechten stellen wij in voor ouderen; welke rechten hebben wetsovertreders; welke grenzen stellen wij aan de economie op het gebied van het milieu; hoe verdelen wij de hoeveelheid arbeid die gebeuren moet; wat beschouwen wij als een minimun bestaansniveau; welke rechten kennen wij elkaar toe op het gebied van onderwijs, van gezondheidszorg…

Dat zijn de vragen waarover het in de democratie zou moeten gaan; veel van de andere zaken die nu in het parlement besproken worden horen daar niet thuis.
Lang geleden publiceerden wij in Driegonaal een artikel waarin werd betoogd dat er een einde zou moeten komen aan het bestaan van politieke partijen. We gaan het nog eens terugzoeken.
(jh)

De sociale driegeleding in christologisch perspectief

De sociale driegeleding, voor zover mensen er bekend mee zijn, wordt vaak begrepen als het streven tot een andere ordening van de samenleving te komen – en handelt over thema’s als democratie, economie, vrijheid van onderwijs. Dat de sociale driegeleding een innerlijke kern heeft die ten diepste met de christelijke impuls verbonden is, is nog minder bekend. Maar het is niet voor niets dat Rudolf Steiner vrijheid, gelijkheid en broederschap – die door middel van de sociale driegeleding in de sociale werkelijkheid binnen zouden kunnen treden – geestelijke wezens noemde.

Het begrijpen van de sociale driegeleding als christelijk-sociale impuls is juist voor de tijd waarin wij leven van grote betekenis: de ontwikkeling van de bewustzijnsziel plaatst de mens in het spanningsveld tussen goed en kwaad, zoals ook in het spanningsveld tussen individu en gemeenschap. De sociale driegeleding kan de vorm zijn waarin liefde voor de mensheid stroomt.

Een voordracht door John Hogervorst
19 februari, aanvang 20.00u
Rafaëlkerk, van Tetslaan 4, 3707 VD Zeist

Nieuwsbrief

De Driegonaal-nieuwsbrief verschijnt onregelmatig. Registreer hier!



Sociale netwerken