Agenda

Gelukkig, hier en daar gebeurt weer wat om samen bezig te zijn met driegeledingsthema’s.

14 juli, Leiden
Dinsdag 14 juli 2020
Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap:
van de Franse Revolutie van 1789 naar 2020 
met Harrie Salman

In de Franse Revolutie leefde de impuls van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Waar kwam deze impuls vandaan? Wat is ervan terecht gekomen en wat kunnen we er nu mee doen?
Harrie Salman gaat met de deelnemers op onderzoek uit. Vanuit de vrijheidsimpuls zullen we een kritische blik werpen op de inperkingen van de vrijheid ter bestrijding van het Corona-virus, vanuit de gelijkheidsimpuls op het rechtsleven dat door ‘experts’ opzij wordt opgeheven, en vanuit de broederschapsimpuls op een economie die is gebaseerd op “Gestolen Welvaart”.

Van 13:00 – 16:00 uur
Kosten: € 25,00
info@zonneboom.nl
www.zonneboom.nl


17 t/m 19 juli, Emmen
Het tijdelijk gebruiksrecht van grond

als basis voor een nieuwe samenleving

Een seminar met Heidjer Reetz, met bijdragen van John Hogervorst en Wouter Kamphuis op b.d.-boerderij ’t Leeuweriksveld

Thema’s: Grondbeginselen van de sociale driegeleding (Heidjer Reetz); Samen werken met gebruiksrecht in plaats van met eigendomsrecht (John Hogervorst); Woonprojecten (Wouter Kamphuis en Heidjer Reetz); De toekomst van de aarde (meerdere sessies met Heidjer Reetz).
Praktische info:
De bijdragen van Heidjer Reetz zijn in het Duits en worden vertaald. Aanvang: vrijdagavond 20.00 uur – afsluiting met een maaltijd op zondag, 18.00 uur
Voor de maaltijden wordt gezamenlijk gezorgd; er zijn verschillende mogelijkheden om te overnachten
Kosten: een bijdrage in de (geringe) kosten + een vrije gift voor de Stichting Mensen voor de Aarde
Nadere informatie & aanmelden:
wenkkamphuis@gmail.com of 0591-381445

Nieuw nummer; nieuwe abonnees!

Het eerste nummer van de 36e jaargang Driegonaal is verschenen. Met dit nummer hebben we enkele veranderingen doorgevoerd: Mariëtte van Est heeft de vormgeving van het blad onder handen genomen met een resultaat dat ons erg verheugt. Evenwichtig, sober, smaakvol, dat zijn enkele van de hier gebruikte kwalificaties. De lezers gaan het zelf zien!
De omvang per nummer is teruggebracht van 48 naar 36 pagina’s, en tegelijkertijd zal de 36e jaargang niet uit 3 maar uit 4 nummers gaan bestaan. We zullen vanaf dit moment eens per twee maanden verschijnen – en hopen daarmee een nauwere band met onze lezers te smeden.

Aanbieding (geldig tot en met 30 juni a.s.)
– wordt nu abonnee,
– betaal € 22,00 voor de nieuwe jaargang (4 nrs. van 36p) – en ontvang Toekomst scheppen in tijden van corona van John Hogervorst cadeau
(NB: aanbieding geldt alleen voor verzending binnen Nederland)
Aanmelden kan door uw naam en adresgegevens door te mailen aan:
info@driegonaal.nl
of door deze aanbieding te bestellen via deze link
(u ontvangt een factuur en het boekje samen met het eerste nummer).


Het aantal lezers groeit in de afgelopen jaren langzaam maar gestaag. Om de positie van het blad financieel wat te verstevigen is een verdere groei van het aantal vaste lezers meer dan welkom. Met uw abonnementsbijdrage maakt u niet alleen de uitgave van het tijdschrift mogelijk, maar ook de inspanning ten behoeve van deze Nieuwsbrief en de website (die later dit jaar ook flink onder handen genomen gaat worden).
De omstandigheden waarin de coronacrisis ons heeft gebracht bevestigen hoezeer de sociale driegeleding het gezonde alternatief is – en wij zetten ons in de komende tijd graag extra in om de driegeleding meer bekendheid te geven.

In het nieuwe nummer vindt u onder meer:

In het Duitse gerenommeerd/alternatieve dagblad taz verscheen een helder artikel over Rudolf Steiners “politieke en maatschappelijke” inzet en zijn “concept van sociale driegeleding”. Het gebeurt niet vaak dat de driegeleding zo bondig en raak beschreven wordt. – Een vertaling is in dit nummer te vinden.
– Gaan innerlijke ontwikkeling en sociale driegeleding hand in hand? Reacties van lezers.
– Jan Saal over het basisinkomen in relatie tot de drie geldsoorten.
Ziekte, gezondheid & de farma-industrie: de coronacrisis legde ook onze afhankelijkheid van de (in verre landen gevestigde) farma-industrie bloot. Kijkend naar de praktijk van de farma-industrie komt de vraag op hoe wij er eigenlijk toe gekomen zijn onze gezondheid in handen te leggen van deze cynische bedrijfstak. Kan het ook anders? – Een artikel van John Hogervorst
– Onder de vlag van de smart-city is een veelvoud van ontwikkelingen gaande die uiterlijk gemak en efficiency lijken te bieden – maar die de deur open zetten voor verregaande beïnvloeding en controle. In een gedegen artikel zet Vincent van Vliet de ontwikkelingen op een rij.
– Anne van Ginkel interviewde Henk Reedijk die zijn bedrijf onderbracht bij Stichting Sleipnir: “een rooie met een pragmatische inslag” vertelt waarom hij zijn bedrijf niet te gelde maakte.
– Rudolf Steiner, Tijdgenoot in ernstige omstandigheden: een kleine greep Steinerfragmenten uit de gelijknamige nieuwe uitgave.


Verdere gedachten rond het coronavirus

Een mens hoeft geen antroposoof te zijn om bewondering hebben voor Rudolf Steiners werkkracht. Als we bijvoorbeeld alleen kijken naar zijn geschreven werk en zijn voordrachten, en dan nog alleen naar de hoeveelheid en niet naar de inhoud, is een geschat aantal van 6.000 voordrachten die hij hield en geschreven teksten die in zo’n 45 boekbanden zijn gevat, toch best wel veel.
Als we het ruim nemen, en stellen dat hij zijn voordrachten hield in een periode van 25 jaar (van 1900 tot 1924) hield hij elke drie dagen twee voordrachten. Gedurende 25 jaar.
En daar ‘tussendoor’ schreef hij zijn boeken, had een eindeloze hoeveelheid besprekingen, privégesprekken, regisseerde, ontwierp, hield zich permanent op de hoogte van de ontwikkelingen in de wereld en in allerlei (wetenschappelijke) vakgebieden en reisde kriskras door heel Europa. En daarbij kwam dan nog: het geesteswetenschappelijk onderzoek.

In de periode na het einde van de eerste wereldoorlog was, een tijd lang, de sociale driegeleding zijn hoofdthema. Duitsland was uitgeput, gewond en deels verwoest – in alle opzichten. De mensen hadden hun buik vol van de ellende die de oorlog bracht. Er leefde een sterk maar onbepaald verlangen naar vrede en een rechtvaardige samenleving. De oorlog leek ook een breuk met het verleden, en nu dat verleden weg was, was er misschien iets nieuws, iets beters mogelijk.

De sociale driegeleding was dat nieuwe en dat betere en Rudolf Steiner sprak er over, met arbeiders, met de gegoede burgerij, met middenstanders, intellectuelen, politici, kunstenaars en ondernemers. Naar zijn wezenlijke aard heeft de driegeleding elk mens een nieuwe wereld te bieden.
Maar elke belangengroep vond in de driegeleding ook iets dat tegen hún belang inging – en daarmee een reden om de driegeleding  af te doen. En natuurlijk: iets dat écht nieuw is, en geen opnieuw opgewarmd oud kliekje, is ook iets dat de boer niet kent. En dan vraagt de driegeleding ook nog om enige denkinspanning en het vermogen om de stofnesten in ons denken op te ruimen.

En zo gebeurde het Rudolf Steiner’, in de tijd dat hij de sociale driegeleding bracht, keer op keer dat hem iets gezegd werd in de trant van: “Dat klinkt heel interessant Dr. Steiner, die sociale driegeleding lijkt ons een goed idee – maar zegt u ons eerst hoe we het probleem van de geldontwaarding aan kunnen pakken. Als dat probleem is opgelost, kunnen we daarna aan de sociale driegeleding gaan werken.”

Duitsland kampte in de jaren na de eerste wereldoorlog onder andere met hoge golven van inflatie, waardoor het geld zijn waarde verloor. De driegeleding moest nog even wachten.
En zo werden scheuren en gaten dicht gepleisterd, gammele steunbalken opgetrokken, lekken provisorisch gedicht – en bleef het oude sociale bouwwerk overeind. Terwijl het ontstaan van de oorlog had aangetoond dat het oude bouwwerk onbewoonbaar verklaard had moeten worden en de sociale driegeleding het enige toekomstbestendige fundament voor een nieuw sociaal bouwwerk was.

Misschien vergt het moed, maar wie het verdere verloop van de 20e eeuw bekijkt en ook meeneemt met welke ontwikkelingen we sinds het begin van de 21e eeuw te maken hebben (ik noem er een paar: ’11 september’ en de daaropvolgende oorlogen in Irak, Afghanistan,…; de financiële crisis van 2007/08; de aantasting van het milieu; de ongelijke verdeling van welvaart; het migratievraagstuk; het verdwijnen van de privésfeer en de vrijheid van ‘anders denken’ die schuilgaat achter het glanzende gemak van de moderne technologie), zal moeten inzien dat er een massieve tendens in onze samenleving heerst die deze ‘onbewoonbaar’ dreigt te maken. 

Terwijl de sociale driegeleding nog steeds de volle potentie in zich draagt om het fundament voor iets nieuws en iets beters te zijn.

Maar nu, nu moeten wij eerst de coronacrisis te lijf.
Van allerlei kanten zijn er (groepen) mensen die deze crisis willen opnemen als een roep tot bezinning, een dringende uitnodiging om te onderzoeken of wij de dingen niet anders moeten doen. Anderen zeggen dan direct (ik hoorde het ongeveer letterlijk zo op de radio): “Daar hebben de mensen die in de gezondheidszorg werken, en de anderen in hun vitale beroepen, nu geen tijd voor”.
Het is een teken aan de wand dat aperte domheid de norm lijkt te worden, althans, in de kringen die wij in de media steeds langs zien en horen schuiven.

De gatenplakkers, de reparateurs met de schilderskwast, de stopverfbouwers – dat zijn de mensen die Rudolf Steiner (zie De kernpunten van het sociale vraagstuk) de ‘zogenaamde practici’ noemde. Het zijn de mensen die zichzelf heel praktisch vinden, gedachteloos zijn zij alsmaar druk bezig, het bouwwerk stort immers bijna in elkaar, dus aan de kitspuit hebben wij nu meer dan aan een levend, sociaal opbouwend denken dat ons de weg zou kunnen wijzen…

Waar het naar toe gaat met de coronacrisis, er is geen mens die er iets zinnigs over zeggen kan.
Eén ding staat wel vast: degenen die de richting van de ontwikkeling van onze samenleving bepalen (dat zijn degenen die vast willen houden aan hun comfortabele, bevoorrechte positie én al degenen die geen behoefte ervaren aan het bevragen van de wijze waarop de samenleving functioneert en dus gewillig mee dobberen) willen ‘straks’ gewoon weer op de oude voet verder. Met een behangetje links, en een likje verf rechts, is wat hen betreft alles weer gedaan.
Dan gaan we vervolgens weer heel praktisch op weg naar de volgende crisis.

De crisis als leermeester brengt echter ook van alles mee dat de moeite van het aanzien waard is.
In de economie zien wij nu wat schuilgaat achter het begrip ‘wereldeconomie’: een wereldwijde economische wederzijdse afhankelijkheid. We hebben het hier en elders al vaker opgemerkt: er is in onze tijd niets dat zo verbindend is als de moderne, door arbeidsdeling gekenmerkte economie. Wij zijn volledig afhankelijk van de mensen die, over de hele wereld verspreid, hun bijdrage leveren aan de productie van hetgeen wij dagelijks gebruiken. Zoals deze mensen op hun beurt, afhankelijk zijn van ons, van de vraag of wij morgen opnieuw tot gebruik (en aankoop) van hetgeen zij maken zullen overgaan.
Dat is een wederkerige economische afhankelijkheid.
Tegelijkertijd geldt ook dat al degenen die buiten de economie werken: in het onderwijs, in de gezondheidszorg, in de wereld van kunst en cultuur, dat slechts kunnen doen bij de gratie van het feit dat er in de economie gewerkt, geproduceerd (waarde geschapen) wordt.
Dat is een andere vorm van wederkerige afhankelijkheid: zij die buiten de economie werken, kunnen dat alleen doen zolang degenen die in de economie werken voldoende produceren – en die laatsten doen dat in principe graag: zij hebben immers ook behoefte aan onderwijs, cultuur, gezondheidszorg.

Op dit moment ‘pompen’ staten massale hoeveelheden geld in de economie, om deze op gang te houden. Daar zit een grens aan, al weet geen mens waar die zich bevindt. Wanneer de economie echt vastloopt, zal blijken dat dit geld zijn waarde verloren heeft – en kunnen wij er niks meer mee kopen.

De crisis leert ons dat we – of we het wisten of niet, en of we het willen of niet – volledig van elkaar afhankelijk zijn. Voor de moderne, individualistisch ingestelde mens een moeilijk te verteren inzicht. Die meent ‘vrij’ en ‘onafhankelijk’ te zijn wanneer hij maar over  voldoende geld beschikt. Dat is een ontkenning van de werkelijkheid.
Wij zijn één mensheid, en allemaal van elkaar afhankelijk. Er is niets dat nu ‘verstandiger’ is om te begrijpen dan het besef van deze wederkerige afhankelijkheid – en om daar vervolgens naar te handelen.

Dat wordt ook genoemd: sociale driegeleding.
John Hogervorst

Een ongenode gast

– Gedachten bij het coronavirus
John Hogervorst

In deze dagen, waarin de ontwikkelingen rondom het coronavirus alle aandacht vragen, is het moeilijk om níet stil te staan bij dit virus en zijn wereldwijde gevolgen.

Op 7 april 1920 hield Rudolf Steiner een voordracht met als titel ‘Hygiëne als sociaal vraagstuk’.1) Een mogelijk verbazing wekkende titel. Hoe zou hygiëne een sociaal vraagstuk kunnen zijn? Dat is daar waar het individuele raakt aan het algemene.
Rudolf Steiner: “Dit gebrek aan sociale zienswijze merkt men het duidelijkst wanneer men zijn aandacht op één bepaald gebied richt, bijvoorbeeld op het gebied van de hygiëne, dat misschien nog meer dan andere, zich leent om aan een sociale beschouwing onderworpen te worden, namelijk voor zover hygiëne een openbare aangelegenheid is, die niet de enkele mens, maar de gehele mensengemeenschap aangaat.”
Dat laatste is momenteel onmiskenbaar het geval, zodat naast een medische benadering van het coronavirus (die u op deze plaats niet zal aantreffen) een ‘sociale beschouwing’ relevant kan zijn.

Het eerste deel van deze voordracht is gewijd aan het materialisme: aan de materialistische beschouwing van de wereld, en voor wie dit ver weg klinkt: ook aan het materialisme in ons eigen denken en bewustzijn. Hier ligt al direct een raakvlak met de huidige situatie.
Bijvoorbeeld: in de media zien we een reeks van deskundigen langs trekken: virologen, specialisten, epidemiologen, onderzoekers in allerlei specifieke vakgebieden die hun licht op het coronavirus laten schijnen. Zij praten ons bij over de verspreiding van het virus, de aard en werking ervan, over de oorsprong, preventie en bestrijding. – In zijn voordracht karakteriseert Rudolf Steiner het materialisme, en, heel verhelderend, zegt daar onder meer dat niet wat, maar hoe een mens denkt, aangeeft of hij (al dan niet bewust) een materialistische denkwijze heeft. Dat betekent bijvoorbeeld dat een mens oprecht overtuigd kan zijn van het bestaan van de menselijke ziel en de menselijke geest, maar desondanks, door hoe hij denkt, tóch materialistisch denkt.
Vervolgens geeft Rudolf Steiner een betekenisvolle illustratie van de beperktheid van elke materialistische benadering. Stel je voor, zegt hij, dat je een mens helemaal bedekt, zodanig dat je alleen nog de vingers van één hand van die mens ziet. En stel je voor dat je die vingers met alle mogelijke middelen en technieken onderzoekt. Dan is alles wat je zo te weten komt uiteindelijk van zeer beperkte betekenis: met alles dat je nu van de vingers weet, weet je niets over de gehele mens, niets over het organisme waarvan de vingers deel zijn, ben je niets wijzer over wat de mens is.

Om iets zinnigs te leren over en van het coronavirus, zouden we veel verder moeten kijken dan naar het virus zelf. Alle specifieke invalshoeken van waaruit de deskundigen ons over het virus informeren, zijn te vergelijken met een grootschalig maar minutieus onderzoek van ‘de hand’. Het coronavirus, deze ongenode gast, nodigt ons dus uit tot een verruiming van onze blik – feitelijk tot een verandering van ons denken, ons mens- en wereldbeeld, en daarmee ook van ons handelen in de ruimste zin. Dat begint met het inzicht dat we het virus niet geïsoleerd, als op zichzelf staand verschijnsel moeten onderzoeken, maar als deel van een groter geheel.

Dat grotere geheel kunnen we exploreren aan de hand van vragen, bijvoorbeeld:
– Ligt de oorsprong van het virus inderdaad, zoals ons gezegd wordt, op de markten in China waar een bonte stoet van dieren, al dan niet levend, verkocht wordt? Als dat zo is, wat betekent het dan dat er in de dierenwereld een dergelijk virus ontstaat, en hoe ontstaat het daar dan? Zegt dit iets, en zo ja wat, over de ‘gezondheid’ van het ecosysteem waarin deze dieren leven – en dat ook gewoon óns ecosysteem is? Ligt er een verband tussen menselijk handelen, dit ecosysteem en het ontstaan van dit virus? Als ja, wat zou daaruit moeten volgen?
– Waarom heeft dit virus potentieel zulke gevaarlijke gevolgen voor de mens?2) En wat zegt dit over de conditie van het menselijk immuunsysteem? Een gezond immuunsysteem ‘kan heel wat hebben’ – en overwint in de loop van een mensenleven menig virus. Staat ons immuunsysteem mogelijk onder druk, en wordt het verzwakt door andere factoren? Uit wetenschappelijk onderzoek is (al lang) bekend dat het immuunsysteem van mensen die veel aan stress bloot staan, of die last hebben van depressieve gevoelens, verzwakt. Ook is bekend dat het immuunsysteem zich ‘oefent en sterkt’ wanneer wij tijdens het opgroeien met van alles in aanraking komen: met van alles dat er in de natuur is, met vuil en allerlei ‘stofjes’, met kinderziekten, met infecties. Welk effect hebben allerlei vaccinaties op de gezondheid van ons afweersysteem? Wat is het effect van allerlei vormen van straling die ons tegenwoordig dag en nacht omgeeft? Is er een relatie tussen ons immuunsysteem en de kwaliteit van industrieel vervaardigde voedingsmiddelen?
Ja, we zouden er heel veel aan kunnen hebben wanneer wij het coronavirus als deel van een groot geheel zouden opvatten.

Daarmee is nog lang niet alles gezegd dat over de gevolgen van het virus opgemerkt kan worden. Ik ga nog even verder, maar vrees niet: niet alles kan en zal hier aan bod komen.

In de afgelopen week maakte ik, op een vliegveld in Boston in de VS., een voorval mee dat mij een glimp toonde van een mogelijke wereld in wording, in het kielzog van de coronacrisis. Omdat mijn retourvlucht naar Schiphol door de luchtvaartmaatschappij was geannuleerd, zoals, naar bleek, alle vluchten van deze maatschappij van Boston naar Nederland, was ik blij dat ik toch nog, met een andere vliegmaatschappij, terug kon reizen door eerst naar Lissabon en vervolgens naar Amsterdam te vliegen. Bij de gate, met een paar dozijn andere passagiers, wachtte ik op het moment dat wij het vliegtuig zouden kunnen betreden. Bij de balie van de Portugese vliegmaatschappij meldde zich een Spaanse vrouw die, zo bleek in het vervolg, diezelfde dag dezelfde vlucht naar Lissabon had geboekt, omdat haar vlucht naar Spanje ook geannuleerd was. Omdat de Spaanse regering diezelfde middag de landsgrenzen gesloten had, mocht deze vrouw, die vanuit Lissabon zou doorvliegen naar Spanje, niet mee. Ondanks de elkaar opvolgende woede en wanhoop die zich van haar meester maakten, werd haar de toegang tot het vliegtuig geweigerd. De ene na de andere medewerker van de vliegtuigmaatschappij beriep zich op het besluit van de boven hen gestelde machten en maakte de vrouw duidelijk dat zij niets voor haar konden doen. Na verloop van tijd verschenen twee gewapende politiefunctionarissen die zich over de Spaanse ‘ontfermden’…
Op de gezichten van de andere wachtenden herkende ik: verbazing, ongeloof, onbegrip, stil protest, schaamte én het besef: “Het heeft geen zin dat ik mij hiermee bemoei (en ik wil ook niet het gevaar lopen dat ik straks zelfs ook niet meevlieg).

Een glimp van een mogelijke wereld in wording, schreef ik hierboven. – De maatregelen die overal ter wereld genomen worden in het kader van de coronacrisis, vormen een ongekende inperking van grondrechten en menselijke vrijheid, en laten tegelijkertijd zien welke ‘kale structuren’ onder onze alledaagse werkelijkheid schuilgaan. Het zijn koude, onaanraakbare structuren waarop mensen nog maar beperkt invloed kunnen uitoefenen en die aan ‘menselijkheid’ ook geen ruimte geven.
Mogelijk komen deze maatregelen voort uit niets anders dan de wil om de gevolgen van het coronavirus zoveel mogelijk in te dammen.
Mogelijk wordt er ook nauwkeurig waargenomen hoe ‘men’ op deze maatregelen reageert, en ontstaat bij deze of gene de gedachte dat de ene of de andere maatregel ook voor andere doeleinden te gebruiken is.
Zéker is het zo, dat wij er goed aan doen nauwgezet te volgen wat er op dit vlak gebeurt en er op toe te zien dat tijdelijke maatregelen niet stilzwijgend een permanent karakter krijgen.

Ook op het vlak van de ‘publieke opinie’ past het om wakker te blijven, of te worden. Niet alleen om niet besmet te worden met allerlei gevoelens van angst of hysterie. Ook om waar te nemen hoe stemmen die een andere (een zogenoemde ‘afwijkende’) mening over aspecten van het coronavirus vertegenwoordigen, geen podium krijgen, en om op te merken dat allerlei wezenlijke vragen niet gesteld worden. De publieke opinie heeft in onze dagen absolutistische, dictatoriale en radicaal onverdraagzame trekken gekregen.

Te midden van dit alles is het goed om te beseffen dat het beter en vruchtbaarder is onze aandacht te richten op het gezonde dan op datgene wat ziek is. – Voor de duidelijkheid: ik spreek nu niet over gezonde of zieke mensen, maar over gezonde of ziekmakende ontwikkelingen in de samenleving. –
Wanneer wij het coronavirus opnemen als dringende aansporing om te doorzien wat het eigenlijk betekent dat onze samenleving, het heersende mens- en wereldbeeld, de hoofdstroom van de wetenschap, de invulling van de media, gevangen zijn in een materialistische mens- en wereldbeschouwing, zien wij van daaruit ook wat het gezonde is, onze aandacht verdient en ons denken kan verlevendigen: de vrijheid die in onze cultuur moet heersen – en die daar alleen voet aan de grond krijgt wanneer wij haar in onszelf veroveren.
Daar aangekomen, zouden in vrijheid gewonnen inzichten leiden tot een andere praktijk in alle gebieden: die van het cultuurleven, de politiek en van de economie.

Noten:
1) Een heruitgave van deze voordracht, die eerder in Driegonaal verscheen, verschijnt op 30 maart onder de titel:
Gezondheid – voor mens en samenleving
2) De medische vragen met betrekking tot de werking, betekenis en ‘gezondheid’ van het immuunsysteem ontleen ik aan een tekst van Hans-Ulrich Albonico, antroposofisch arts in Zwitserland, en verschijnt op 30 maart onder de titel:
Is ons afweersysteem nog gezond? – Vragen van een huisarts

Laatste nummer: gratis PDF

Heel fijn: het laatste nummer van Driegonaal is in korte tijd uitverkocht geraakt. Dat is een goede aanleiding om dit nummer in de vorm van een PDF-bestand gratis ter beschikking te stellen aan een ieder die daarvoor interesse heeft.
En verder verspreiden mag ook. Graag zelfs!

Wilt u het laatste nummer als PDF ontvangen?
Mail dan naar: info@driegonaal.nl

Op = op

Zo snel hebben we het niet eerder meegemaakt: het nieuwste nummer van Driegonaal, in de laatste week van januari verschenen, is helemaal op. Jammer voor wie het nog niet heeft – en had willen hebben.
Maar wij zijn er wel blij mee!

Een klein artikeltje uit dit nummer:

Driegeleding is geen privé-aangelegenheid

Die arme Rudolf Steiner! Stond in walmen van tabaksrook in fabriekshallen duizenden arbeiders toe te spreken over de driegeleding als weg naar een menswaardige samenleving. Sprak met ondernemers en industriëlen over een eerlijke economie. Debatteerde met intellectuelen en kunstenaars over de noodzaak van een vrij geestesleven. En dat alles met als decor: Duitsland dat na de eerste wereldoorlog ineenstortte, economisch in gruzelementen lag en sociaal en politiek op de rand van de afgrond stond.

Als er dan, na de bijdrage van Steiner, ruimte was voor vragen en gesprek, kwamen steevast de opmerkingen in de trant van: “Dat klinkt allemaal heel mooi en doordacht, doctor Steiner, maar hoe moet het dan met mijn winkeltje in garen en band als de driegeleding er is?” “Wat moeten wij als vakbond nog als ondernemers en arbeiders gewoon samenwerken?” “Hoe blijf ik als kunstenaar in leven als het geestesleven vrij is?”

Steeds was de onderliggende kleine gedachte: wat betekent die driegeleding voor mij; word ik er wijzer van; blijft mijn positie wel gewaarborgd; kan ik gewoon op dezelfde voet doorgaan? – Een misschien begrijpelijke, maar beslist beperkte gedachte.

Desondanks wél een gedachte waarmee een hele wereld verbonden is. Want terwijl de samenleving (toen en nu) uitpuilt van de grote en urgente vraagstukken die om fundamentele stappen vragen, zijn wij geneigd alles vanuit ons eigen, beperkte en persoonlijke perspectief te zien en te beoordelen. Wie daarin blijft hangen is echter deel van het probleem, niet van de oplossing. De samenleving is er niet mee geholpen wanneer ‘mijn probleem’ is opgelost. Andersom geldt iets anders: wanneer de grote en urgente vraagstukken van onze tijd dankzij fundamentele stappen in de richting van een oplossing gebracht worden, betekent dat ook dat mijn persoonlijke positie binnen de samenleving in een positiever licht komt te staan.

Hier kunnen we een illustratie van de essentie van de sociale hoofdwet ontdekken: wanneer wij ons inspannen voor het grote geheel, zal blijken dat ons persoonlijk maatschappelijk handelen zich af kan spelen in een écht sociale bedding – dat is iets waarvoor geen mens angst hoeft te hebben en waarvoor wij wat wij kennen of gewoon zijn, rustig kunnen loslaten.
Driegeleding is geen privé-aangelegenheid maar een noodzaak van onze tijd. En daarmee het juiste voor ieder van ons. (jh)

Nieuwsbrief

De Driegonaal-nieuwsbrief verschijnt onregelmatig. Registreer hier!



Sociale netwerken