Bij de ontluistering van de democratie

Circa 10x per jaar verspreiden we onze E-Nieuwsbrief. Rechtsonder op deze pagina kunt u zich inschrijven en ontvangt u de nieuwsbrief in het vervolg ook. Onderstaand artikel was opgenomen in de laatste Nieuwsbrief.

Een commissie onder leiding van oud-politicus Johan Remkes heeft zich gebogen over de vraag hoe het is gesteld met ons parlementair democratisch systeem. Met een lijst van ruim 80 aanbevelingen probeert de commissie haar bevinden handen en voeten te geven. Er mag en kan wel wat worden verbeterd aan onze democratie, oordeelt de commissie. Dat kunnen wij wel met de commissie eens zijn.
De snelle opkomst politieke partijen met populistische trekjes, gepaard met het luidruchtige ongenoegen onder een deel van de kiezers én de stille matheid bij anderen, wijst erop dat kiezers hun vertrouwen in het systeem maar mondjesmaat kunnen of willen geven. De dubbelheid van ‘de politiek’ die zich overal mee bemoeit en tegelijkertijd vaak schrijnend weinig voor elkaar krijgt (het gaat dan in veel gevallen om thema’s waar politiek en overheid ook gewoon van weg zou moeten blijven) en natuurlijk (laten we dat beestje ook maar bij de naam noemen) het opportunisme, de ongeloofwaardigheid en het gebrek aan visie bij vele politici, dragen niet echt bij aan de veronderstelling dat onze democratie in goeden doen is.

Zo is het niet heel moeilijk om een vermoeden uit te spreken over hoe het met het werkstuk van Remkes verder zal gaan. Van de ruim 80 aanbevelingen worden er straks twee of drie bediscussieerd; waarschijnlijk het idee van een bindend correctief referendum en het voorstel dat de kiezer straks op een politieke partij én op een premierskandidaat kan gaan stemmen. Voor deze twee of drie punten wordt (in het parlement) geen meerderheid gevonden; misschien komt men wel op de gedachte nog eens een commissie te vormen die zich over de meest besproken aanbevelingen zal buigen – en daarna is er weer de orde van de dag. Business as usual. De dames en heren van de commissie worden vriendelijk bedankt.
Is dit cynisch? Of is dit zoals het zal gaan?
Misschien stellen we de vraag anders: wie verwacht dat een ernstig zieke chronische patiënt zichzelf geneest?

De ontluisterende situatie waarin de patiënt zich bevindt werd in december nog eens duidelijk uit een inkijkje dat Ankie Broekers-Knol (in een interview in NRC van 18/12/18) gaf over de dagelijkse praktijk in politiek Den Haag. Broekers-Knol (VVD) is al geruime tijd lid van de eerste kamer en tegenwoordig zelfs kamervoorzitter. Het interview handelt voornamelijk over de Wet strafvermindering en de uitvoering van die wet. De wet werd in 2005 aangenomen – Broekers-Knol was er destijds ook al bij. Zij wist toen al dat de wet tot ongewenste praktijken zou leiden, maar ja… Deze wet gaf het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om (lichte) vergrijpen te berechten en te bestraffen. U weet, de eigenlijke taak van het OM is ervoor te zorgen dat wetsovertreders worden vervolgd. Het OM vervolgt, de rechterlijke macht spreekt recht. De wet kwam natuurlijk, het geldt voor alle wetten, met de beste bedoelingen tot stand (de rechterlijke macht zou ermee worden ontlast, en er werd tegelijkertijd bezuinigd). Dertien jaar later blijkt dat bijna 300.000 burgers zonder dat zij er erg in hadden een strafblad hebben: zij zijn ingegaan op een ‘strafbeschikking’ van het OM.
Broekers-Knol: “Die burgers hebben een strafblad! Dat is heel fundamenteel. En vervelend. Ze begrijpen niet wat ze overkomt, als ze zo’n brief krijgen. Ik zou hopen dat ik het zelf op tijd zou begrijpen als ik een strafbeschikking zou krijgen – ik heb  jarenlang als jurist gewerkt. De gemiddelde burger, ook de opgeleide, denkt: o, het zal wel.”

Bovendien wordt aangenomen dat één op de drie gevallen door de rechter anders zou worden beoordeeld: de rechter zou in die gevallen tot vrijspraak hebben besloten. Misschien niet zo verwonderlijk, want:
NRC: “Wij kwamen een recente vacature tegen van het OM, dat juridisch studenten zocht om zelfstandig beschikkingen uit te vaardigen.”
Zo wordt recht spreken en de strafmaat bepalen een aangelegenheid waarmee studenten aan een vakantiebaantje worden geholpen. En hebben naar we mogen aannemen 100.000 mensen ten onrechte een strafblad.

Goed, een abominabele wet dus, die nooit aangenomen had mogen worden. Broekers-Knol zag het 13 jaar geleden al aankomen: “Als ik het in mijn eentje kon beslissen had ik nee gezegd tegen strafbeschikking.”
Maar zij mocht het niet in haar eentje zeggen, en dus stemde zij… ‘ja’.
“Op een gegeven moment heb je alle bezwaren geuit, heeft de minister antwoorden gegeven en wordt het besproken in de fractie. Door toezeggingen word je omgepraat. Dan kun je als een donquichot alleen nog roepen: ‘Ik niet, ik niet’.”
(…)
NRC: “Waarom zei de fractie ja? … U vond de strafbeschikking in strijd met de Grondwet. Heeft een senator dan niet de plicht tegen te stemmen?”
Broekers-Knol: “Donner (destijds minister van justitie – red.) legde uit dat het niet zo was. Uiteindelijk zeg je; ‘Nou ja, laten we de minister the benefit of the doubt geven. In dit geval blijkt dat volstrekt ten onrechte.

Is dit nou een incident – de manier waarop deze wet is ingevoerd?
NRC: “Heeft u achteraf spijt van uw steun?
Broekers-Knol: ‘Nou spijt … luister eens, dan moet je de politiek niet in gaan, want er gebeuren voortdurend zulke dingen.’
Als ze zich de wetten voor de geest haalt die ze tijdens haar zeventien jaar in de senaat zag, neemt de vertwijfeling zichtbaar toe. ‘Er zijn er best wat waarvan je van tevoren weet: dat gaat gewoon niet goed. En intussen draait de beleidsmachine maar door.’ Wetgeving rond grote stelselwijzigingen zat volgens de senaat vaak vol problemen. Ze noemt de Mediawet, de Politiewet, de Donorwet, de Wet herziening strafzaken. Allemaal werden ze aangenomen.
‘We vragen hier ministers het hemd van het lijf, en we kunnen ze in het debat fileren. Maar uiteindelijk komt de politiek om de hoek kijken. Je partij zit in de coalitie, er bestaat een risico dat de tent gaat vallen. Willen we het zo ver laten komen? Dat moet je je realiseren.’
Waarom gaat het zo?
“Ik zit nooit bij die topjongens, in de ministerraad of bij het coalitieberaad. Maar daar is kennelijk een dynamiek van: zo wil ik het, en zo gaan we het doen.’”

Ja, het gaat niet zo goed met de democratie. Kan het nog erger?
Zéker wel!

NRC: “Zou de senaat een slechte wet niet gewoon moeten afstemmen?
Broekers-Knol: ‘Dat gebeurt wel eens! Mijn eigen partijgenoot Ruud Luchtenveld had een initiatiefwet ingediend voor echtscheiding zonder rechter. Echt een slecht voorstel. Ik vroeg aan mijn VVD-collega’s in de tweede kamer waarom ze het in vredesnaam hadden laten passeren. We vonden het zo zielig voor Ruud, zeiden ze.’”

Ja, u leest het goed. De tweede kamer had deze wet al behandeld en aangenomen. De VVD-fractie, in wier midden dit stuk broddelwerk geboren werd, had het broddelwerk als broddelwerk herkend – maar stemde vóór de wet. Want anders…. was het zo zielig voor Ruud.

Wij hebben een parlement waarin broddelwerk serieus besproken, zelfs wet kan worden. Wij hebben bergen onderzoek van door het parlement ingestelde wijze commissies. Maar de democratie blijft nog even uit de buurt.
Dat kan ook niet anders zolang er nauwelijks bewustzijn leeft voor het gegeven dat democratie zich baseert op de mondigheid van de burger; dat deze mondigheid ernstig genomen wordt wanneer slechts díe zaken in het parlement behandeld worden waarover elke mondige burger oordeelsbekwaam is; wat betekent dat alleen zaken die algemeen-menselijk zijn in het gebied van democratie en politiek thuishoren.

Dat zijn bijvoorbeeld vraagstukken als: welke rechten kennen wij toe aan mensen die ziek zijn, of gehandicapt; welke rechten stellen wij in voor ouderen; welke rechten hebben wetsovertreders; welke grenzen stellen wij aan de economie op het gebied van het milieu; hoe verdelen wij de hoeveelheid arbeid die gebeuren moet; wat beschouwen wij als een minimun bestaansniveau; welke rechten kennen wij elkaar toe op het gebied van onderwijs, van gezondheidszorg…

Dat zijn de vragen waarover het in de democratie zou moeten gaan; veel van de andere zaken die nu in het parlement besproken worden horen daar niet thuis.
Lang geleden publiceerden wij in Driegonaal een artikel waarin werd betoogd dat er een einde zou moeten komen aan het bestaan van politieke partijen. We gaan het nog eens terugzoeken.
(jh)

Berichten uit de vooruitgang

trumpDe verkiezingsoverwinning van Donald Trump heeft ook in Nederland heel wat stof doen opwaaien. Weldenkend Nederland, althans degenen die zich daartoe scharen, ‘hadden het niet zien aankomen’ en zijn verbijsterd over wat zij zien als domheid of woede van de Amerikaanse kiezer. Braaf wordt alom geroepen dat wij ook in Nederland niet zomaar voorbij kunnen gaan aan de beleving van honderdduizenden, zo niet miljoenen kiezers (of liever: kiesgerechtigden) die zich niet gehoord ‘voelen’ door ‘de politiek’.
Deze, en andere aan de overwinning van Trump gelinkte gedachten, inzichten of hersenspinsels, staan grotendeels in het teken van de aanname dat de verkiezing van Trump uitdrukking is van de wil om terug-in-de-tijd te bewegen en de toekomst op afstand te houden.
Terug naar de tijd dat de Amerikaanse industrie nog niet was vertrokken naar lagelonenlanden.
Terug naar de tijd dat Amerika nog niet te maken had met een permanente instroom van voornamelijk Mexicanen en andere bewoners van Midden- of Zuid-Amerika.
Terug naar een tijd waarin de kiezer het idee had dat zijn stem ertoe deed.

Maar… als het nou eens anders zou zijn?

Want zou de Amerikaanse kiezer er echt van overtuigd zijn dat zijn stem op Trump betekent dat er nu beter naar hem geluisterd wordt? Zou de Trump-kiezer werkelijk verwachten dat Trump zijn bonte stoet aan verkiezingsbeloften en – dreigementen gaat waar maken?

Misschien is het zo dat de positie en het perspectief van waaruit wij de overwinning van Trump bezien ondeugdelijk is en gekleurd door voorstellingen die niet heel veel verbinding hebben met de werkelijkheid.
Misschien ook, is het zo dat ‘de Amerikaanse kiezer’ (de Trump-stemmer incluis) niet zo dom is als wij menen. Waarom zou hij zo dom zijn, hoe weten dat hij redeloos is en waarover is hij dan wel zo ‘woedend’?

Wie wil denken over het sociale leven zal – gesteld dat het de bedoeling is dat dit denken de werkelijkheid raakt – in zijn overwegingen de sociologische basiswet moeten ‘meedenken’. Anders gezegd: hij zal zich terdege moeten realiseren dat de mens in steeds sterkere mate individu is en zijn leven op basis van zijn individuele ‘pakket’ aan oordelen, inzichten, gevoelens en voorkeuren wil inrichten.
Dat betekent dat al het geredeneer waarin mensen in groepen worden bijeengeveegd (Latino’s, vrouwen, woedende witte mannen, Afro-Amerikanen, …) niets anders is dan borrelpraat of geneuzel in de ivoren toren.
De ‘emancipatie van het individu’ (al in de 19e eeuw door Rudolf Steiner omschreven als de bodem waarop het moderne sociale leven zich afspeelt) brengt ook met zich mee dat de moderne mens niet aan de kant wil staan als er besluiten tot stand komen die zijn levenswerkelijkheid raken. Hij wil daarover meedenken, meepraten en mee besluiten.

Dat de moderne mens nauwelijks nog warm loopt voor de huidige democratische praktijk is niet zo gek. Je hoeft niet dom, redeloos of woedend te zijn om te ervaren hoe flinterdun de moderne democratische werkelijkheid is. De democratische structuren zoals we die sinds enkele eeuwen -in een deel van de wereld- hanteren, zijn achterhaald. De moderne mens is daaraan voorbij en ervaart dat zijn behoefte aan mondige participatie in de bestaande democratische structuren geen plaats vindt.

De verkiezing van Trump is het signaal dat de democratie een stap verder ontwikkeld moet worden. Daarnaar leeft een oprecht en diepgeworteld verlangen – in ieder individu. En het is van een absolute urgentie om de vermolmde democratische praktijk aan dit eigentijdse verlangen aan te passen.

Leve de vooruitgang!
(jh)

Een einde aan vriendjespolitiek

vriendjes
De democratie is feitelijk nog maar een heel pril verschijnsel. Ze moet nog (veel) verder ontwikkeld worden. Het verwijderen van kwalijke flankerende verschijnselen is een stap in de goede richting. Hieronder een persbericht van Meer Democratie.

De rechtszaak tegen de omstreden politicus Jos van Rey en de reactie daarop van onder andere oud-D66-voorzitter Wim Vrijhoef, laten zien hoe benoemingen in openbare functies vaak in achterkamertjes en langs partijlijnen tot stand komen. Meer Democratie wil een einde maken aan partijpolitieke benoemingen. Daarom is zij het burgerinitiatief “Stop de Vriendjespolitiek” gestart, dat al door ruim 22.000 Nederlanders getekend is.

“Iedereen die in hogere functies in het openbaar bestuur werkt, weet dat partijpolitici elkaar bedekt de bal toespelen bij de verdeling van publieke functies”, zegt Niesco Dubbelboer, woordvoerder van Meer Democratie. “Maar weinigen willen hun nek uitsteken door daar publiekelijk over te praten. Wim Vrijhoef is zo’n persoon.”

Lees verder

Inspirerende praktijken

aralente

In een interview in de Volkskrant (van 14 november) vertelt voormalig diplomaat en minister van buitenlandse zaken Ben Bot een kleine anekdote over een bijeenkomst van de Arabische Liga die hij bijwoonde. Bot bracht daar de mensenrechten ter sprake. En wat gebeurde er: “… mijn Saoedische collega, al 22 jaar minister stond op en zei: ‘Nou moet je eens goed luisteren, jullie hebben mensenwetten, onze wetten komen rechtstreeks van God – wat denk je dat hier voorrang heeft? Hou op met dat gezwets’.”

De essentie van deze anekdote werpt een schril licht op de neiging, zoals die in Amerika en in West-Europa leeft, om zich als voorlopers van de mensheid te zien en ontneemt iedere bodem aan de illusie dat militair ingrijpen in verre landen bij kan dragen aan het wortel laten schieten van ‘onze democratische verworvenheden’.

Lees verder

De democratie als leugen

9Het zijn vooral antroposofen van wie je vaak hoort: “Ja, Rudolf Steiner was óók een kind van zijn tijd en veel van wat hij zei is gewoon door de tijd ingehaald.” Maar soms denk je: misschien was Rudolf Steiner wel een zó scherp waarnemer van zijn tijd en waren zijn observaties soms zó waar, dat het pijn doet ze binnen te laten.
Dit citaat is daar misschien een mooi voorbeeld van.

“U heeft misschien wel gehoord dat bepaalde mensen steeds opnieuw rondbazuinen dat de democratie in de hele beschaafde wereld ingevoerd moet worden. Democratisering zal de mensheid het heil brengen, en daarom moet nu alles kort en klein geslagen worden, zodat de democratie zich over de wereld verbreiden kan. – (…) Men ziet abstracte begrippen aan voor de werkelijkheid. En zo kan het zomaar gebeuren dat de illusie de plaats van de werkelijkheid inneemt, doordat men de mensen verdoofd en laat inslapen in vage begrippen. Dan menen de mensen dat zij streven naar een situatie waarin ieder door de verschillende democratische instellingen zijn wil tot uitdrukking kan brengen – maar zij merken niet dat deze democratische structuren zó werken dat steeds een handjevol mensen aan de touwtjes trekt en dat de anderen gemanipuleerd worden. Omdat men hen steeds voorspiegelt dat zij in een democratie leven, merken zij niet op dat zij gemanipuleerd worden, dat een handjevol mensen de touwtjes in handen heeft. En dat lukt dit handjevol mensen des te beter naarmate de anderen geloven dat zij zelf de koers bepalen en niet gemanipuleerd worden.”
(Rudolf Steiner, 28 oktober 1917, GA 177 – vert. jh)

Nieuwsbrief

De Driegonaal-nieuwsbrief verschijnt onregelmatig. Registreer hier!



Sociale netwerken