Gedachten en ideeën, ongenoegen en plezier bij groot en klein nieuws,
door John Hogervorst, Toos Komma en Drs. Teentjes.

Explosief

bus

Een dolende ziel kocht 60.000 putopties op aandelen van een Duitse voetbalclub. Dat zijn opties die veel geld zouden opleveren als de waarde van het aandeel van de club zou kelderen. Dat laten kelderen van de waarde van de aandelen nam de dolende ziel zelf ter hand door een bomaanslag te plegen op de spelersbus van de betreffende voetbalclub. Als het allemaal zou zijn gelopen zoals hij hoopte had hij, menen ‘experts’, misschien een paar miljoen euro verdiend.

Maar de bomaanslag op de spelersbus van Borussia Dortmund op 11 april jl. had niet het beoogde effect en Sergej W., de dolende ziel, verdwaald in de verlokkingen van de vrije markt, zal nu worden ondergedompeld in een minder vrij gebied in onze samenleving: het gevangeniswezen.

Cynisch genoeg: met zijn dwaze actie heeft Sergej ook laten zien hoe de vrije verhandelbaarheid van bedrijven strikt consequent doorgedacht tot wantoestanden leidt. Het feit dat het eigendom van een onderneming (in stukjes verdeeld, namelijk in aandelen en opties op aandelen)  verhandelbaar is, leidt ertoe dat er steeds mensen of organisaties zijn die bijvoorbeeld belang hebben bij de ondergang van een onderneming, of bij andere rampspoed.

Hoe dan? Bijvoorbeeld: onderneming A heeft belang bij een dramatische koersval van de aandelen van concurrent-onderneming B. Sinds jaar en dag gevestigde onderneming C heeft belang bij het in de kiem smoren van de opkomend technologiebedrijf D. En zo verder.
Anders gezegd: aandeelhouders van General Motors hebben belang bij een dieselschandaal dat Volkswagen een paar miljard kost. Aandeelhouders van Airbus hebben er belang bij dat er morgen een Boeing neerstort.
Aandeelhouders van farmaceut Pfizer hebben belang bij veel, ernstige en liefst chronische ziektes.
Aandeelhouders van Shell en Exxon hebben belang bij stroperige procedures, wegkijkende ministers en murw gemaakte Groningers. Aandeelhouders Heineken hebben belang bij wetenschappelijk onderzoek dat zegt dat een beetje drinken geen kwaad kan.
Aandeelhouders in de tabaksindustrie hebben belang bij sluipwegen om jongeren aan roken verslaafd te maken.
Aandeelhouders in de wapenindustrie hebben belang bij veel en bij voorkeur langdurige oorlog.

Het moest niet mogen, zegt u? Inderdaad. Wat u zegt.

Een klein stapje in de goede richting zou zijn dat er heel snel een regeling komt die ondernemingen die zich zó organiseren dat zij geen privé-eigendom zijn, en ook niet kunnen worden (en zulke ondernemingen bestaan al) fiscaal voordeel biedt én toegang tot krediet op gunstige voorwaarden. Dan gaan we het gewoon zo doen dat steeds meer mensen er belang bij hebben dat we het sociaal wenselijke, in plaats van het sociaal onwenselijke stimuleren.

Bedenkingen bij het basisinkomen (2)

7887In het januarinummer van Driegonaal is een uitvoerig artikel van redacteur John Hogervorst over het basisinkomen opgenomen: ‘Waarom het basisinkomen een sympathiek maar onverstandig idee is’.
Hier (en in de komende dagen volgt er meer) een fragment uit het genoemde artikel.

“Het basisinkomen gedacht als een sociaal vangnet klinkt mooi – maar waarom zou er een vangnet moeten zijn voor degenen die goed zonder kunnen? Het basisinkomen als sociale springplank (als middel dat mensen in staat stelt zich te wijden aan wat zij essentieel vinden) is een weinig sociaal, eerder een zelfzuchtig concept. Op grond waarvan zou ik het recht moeten hebben mij te wijden aan wat ik essentieel vind – en op welke wijze draag ik dan bij aan de mogelijkheid dat ‘de ander’ van dit zelfde recht gebruikt maakt? Wie voorstander van het basisinkomen is én sociaal wil zijn, richtte zich op het realiseren van die sociale springplank voor anderen dan zichzelf (hij ontvangt overigens in dat geval al doende zijn eigen ontwikkeling op de koop toe) – en zal er niet in willen berusten dat anderen dag in dag uit werken voor zíjn sociale springplank.

“Maar denk jij dan dat mensen als het basisinkomen een feit is niet zullen werken? Heb je dan zo weinig vertrouwen in de mensen?” – werd mij meermaals voorgehouden. Het stellen van deze ‘vertrouwensvraag’ is misplaatst. Of ik vertrouwen heb in de mensen is hier niet de vraag, het gaat er eenvoudigweg om dat we niet iets kunnen verdelen dat nog niet gemaakt is en dat we dus eerst moeten afspreken hoe we de taken onderling zullen verdelen. Is dat teveel gevraagd (bijvoorbeeld aan mensen die zoveel vertrouwen hebben in de wil tot werken van de basisinkomensontvangers)?”

Wilt u het januarinummer van Driegonaal ontvangen? Voor € 7,00 ontvangt u het laatste plus een vorig dubbelnummer toegestuurd.
Mail naar: info@driegonaal.nl

Bedenkingen bij het basisinkomen (1)

7887In het januarinummer van Driegonaal is een uitvoerig artikel van redacteur John Hogervorst over het basisinkomen opgenomen: ‘Waarom het basisinkomen een sympathiek maar onverstandig idee is’.
Hier (en in de komende dagen volgt er meer) een fragment uit het genoemde artikel.

“Het invoeren van het basisinkomen is een manier van het (her)verdelen van waarde. Die waarde komt niet uit de hemel vallen maar is het resultaat van de arbeid en de inzet van de mensen die (wereldwijd) in de economie werkzaam zijn. Wanneer deze mensen – om dit punt op vereenvoudigde wijze duidelijk te maken – morgen allemaal het werk zouden neerleggen, zou er overmorgen geen waarde zijn die (her)verdeeld kan worden. Want wanneer de productie in de economie tot stilstand komt, zal de waarde van het geld in de richting van nul beginnen te dalen – eenvoudigweg omdat er niets meer te koop zal zijn.

De waarde die men door middel van het basisinkomen wil verdelen, wordt dus tot stand gebracht door de productiviteit van de economie, doordat mensen dáár hun arbeid en inventiviteit inzetten.

Voorstanders van het basisinkomen zijn feitelijk (welke redenen zij daarvoor ook hebben) voorstanders van een andere verdeling van de beschikbare waarde. Dat een andere verdeling van de gecreëerde waarde meer dan wenselijk is, is duidelijk. Maar een gesprek (en besluit) over deze andere verdeling kan pas gevoerd worden wanneer er eerst een ander gesprek (met besluitvorming) gevoerd is: het gesprek namelijk over het verdelen van de arbeid die nodig is om de te verdelen waarde te scheppen en het gesprek waarin onderzocht en vervolgens bepaald wordt hoeveel waarde er eigenlijk geschapen, en verdeeld, moet worden.”

Wilt u het januarinummer van Driegonaal ontvangen? Voor € 7,00 ontvangt u het laatste plus een vorig dubbelnummer toegestuurd.
Mail naar: info@driegonaal.nl

Wie deelt er mee (in de deeleconomie)?

uberWanneer je de voorstanders van de deeleconomie hoort, zou je de indruk krijgen dat de moderne samenleving afstand neemt van het kapitalisme van het privé-eigendom. Maar dat is niet wat de deeleconomie is, die heeft namelijk een extreem kapitalistische inslag. Want wie niet kan aanbieden wat anderen willen, heeft niets om te ruilen. En achter wat het ‘delen’ wordt genoemd, gaat een hard verdienmodel schuil met maar al te vaak agressieve marktpartijen en hoge winstmarges. In het kader van de deeleconomie wordt een utopistisch concept aangeprezen dat de spelregels van de markt volgt en tegelijkertijd een altruïstische claim doet. Maar van meerdere kanten merken critici op dat veel toepassingen van de deeleconomie het model van de volledige werkweek aantasten, de rechten van werknemers uithollen en het werk van vakbonden bemoeilijken.

Vooral ondernemingen die vraag en aanbod bij elkaar brengen profiteren van de deeleconomie, ze investeren weinig maar eigenen zich een groot deel van de omzet toe terwijl de verantwoording en het risico vaak bij degenen liggen die daadwerkelijk delen.

Het blijkt dat ons economisch systeem en ons denken over economie radicaal moeten veranderen – er is een revolutie van het denken nodig die tot een evolutie van de economie kan leiden. Er zijn enkele voorbeelden van ondernemingen waar dit het geval lijkt te zijn: daar begint men eigendom opnieuw te doordenken en eigendom als macht om te zetten in eigendom als verantwoording: eigendom dat eraan bijdraagt dat de mens niet meer een middel in de economie maar de zin van de economie vormt.
(uit een interview met Philipp Hummel, verbonden aan het Institut für Sozialorganik der Alanus Hochschule; https://agora42.de/tagung-sozialorganik-eigentum)

Samenwerken in de economie

voorplat_economieLeiden, vanaf 8 februari
Verdiepingscursus Associatieve Economie:
Samenwerken in de economie
met John Hogervorst

Een wezenlijk uitgangspunt in een ‘gezonde economie’ is het samenwerken in plaats van het concurreren. Rudolf Steiner schetste nieuwe samenwerkingsverbanden, bestaande uit alle in de economie betrokken schakels. Deze ‘associaties’ zouden een verscheidenheid aan opgaven hebben: zij vormen het platform van overleg waar wordt onderzocht hoe de behoefte van de consument het beste vervuld kan worden, maar hebben ook taken op het gebied van prijsvorming, kredietverlening, geldschepping en ondersteuning van het zgn geestesleven.

In deze verdiepingscursus stellen we de associaties centraal en gaan we – aan de hand van teksten van Rudolf Steiner – een zo exact mogelijk beeld vormen van de associatie. Daarnaast zullen we verschillende bestaande samenwerkingsverbanden onderzoeken om begrip te krijgen voor wat in onze tijd op dit gebied mogelijk (en noodzakelijk) is.
NB: de deelnemers wordt gevraagd de bijeenkomsten thuis voor te bereiden, volgens literatuuropgave.
Data: woensdag 8 en 22 februari, 8 maart, van 13.30 tot 17.00 uur | Zie www.zonneboom.nl

Gratis geld bestaat niet

een paar voorproefjes uit
Gratis geld bestaat niet – Waarom het basisinkomen een sympathiek maar onverstandig idee is
(deze citaten zijn afkomstig uit een uitvoerig artikel van John Hogervorst dat verschijnt in het komend nummer)

“Naar verluidt viel, in de laatste maanden van de tweede wereldoorlog, het ‘Zweeds wittebrood’ op een gegeven moment uit de hemel. Hopelijk is dit brood vervolgens op een rechtvaardige wijze verdeeld. Na die tijd echter, zoals ook daarvoor, komt ‘het brood’ niet meer uit de hemel vallen.
Het invoeren van het basisinkomen is als het verdelen van het Zweedse wittebrood dat morgen, overmorgen en alle dagen daarna geacht wordt uit de hemel te komen vallen. “

“Het gesprek over het basisinkomen is een gesprek over de verdeling van welvaart. Dat gesprek zal blijken een schadelijke illusie te zijn wanneer het niet begint met het gesprek over het bepalen en verdelen van onze inzet ten behoeve van het sociale geheel (op te vatten als bijvoorbeeld ‘de gemeenschap’, ‘de samenleving’, ‘de wereld’). Die inzet leidt er immers uiteindelijk toe dat er iets te verdelen ís.”

“Het basisinkomen gedacht als een sociaal vangnet klinkt mooi – maar waarom zou er een vangnet moeten zijn voor degenen die goed zonder kunnen? Het basisinkomen als sociale springplank (als middel dat mensen in staat stelt zich te wijden aan wat zij essentieel vinden) is een weinig sociaal, eerder een zelfzuchtig concept. Op grond waarvan zou ik het recht moeten hebben mij te wijden aan wat ik essentieel vind – en op welke wijze draag ik dan bij aan de mogelijkheid dat ‘de ander’ van dit zelfde recht gebruikt maakt? Wie voorstander van het basisinkomen is én sociaal wil zijn, richtte zich op het realiseren van die sociale springplank voor anderen dan zichzelf (hij ontvangt overigens in dat geval al doende zijn eigen ontwikkeling op de koop toe) – en zal er niet in willen berusten dat anderen dag in dag uit werken voor zíjn sociale springplank.”

Een passend recht op arbeid zou er uit moeten bestaan dat de mens die zegt: “ik wil arbeid verrichten” op de kortst mogelijke termijn aan het werk kan op een manier die aansluit bij zijn capaciteiten (en dat werk is ‘arbeid’, dat wil zeggen een activiteit die leidt tot een resultaat waaraan anderen daadwerkelijk behoefte hebben die zij tot uitdrukking brengen in de vorm van een inkomen voor de werkende mens). “

“Een verbetering van de situatie waarin het werken voor veel mensen een moeizame, en op den duur zelfs ongezonde bezigheid is, komt tot stand door een bevrijding van het geestesleven en een verandering van de economische praktijk (die afgelezen zou kunnen worden aan de vraag of de juiste prijs gehanteerd wordt). Het basisinkomen biedt hierin niets dat tot een fundamentele oplossing leidt. Sterker nog, invoering van het basisinkomen binnen de bestaande structuren, zal de druk (méér productie, méér efficiency, méér rendement, minder kosten) op alle plaatsen waar gewerkt wordt alleen maar opvoeren.”

Nieuwsbrief

De Driegonaal-nieuwsbrief verschijnt onregelmatig. Registreer hier!



Sociale netwerken